Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Staan
staan = to stand
- Hele werkwoord
- staan
- Verleden tijd
- stond · stonden
- Voltooide tijd
- heeft gestaan
Kort antwoord
Staan is in het Engels to stand. Verleden tijd: stond (enkelvoud) en stonden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestaan, met hebben: ik heb gestaan.
Oefen staanTegenwoordige tijd
| ik | sta |
| jij | staat |
| hij/zij/het | staat |
| wij | staan |
| jullie | staan |
| zij | staan |
Verleden tijd
| ik | stond |
| jij | stond |
| hij/zij/het | stond |
| wij | stonden |
| jullie | stonden |
| zij | stonden |
Voltooide tijd
| ik | heb gestaan |
| jij | hebt gestaan |
| hij/zij/het | heeft gestaan |
| wij | hebben gestaan |
| jullie | hebben gestaan |
| zij | hebben gestaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gestaan |
| jij | had gestaan |
| hij/zij/het | had gestaan |
| wij | hadden gestaan |
| jullie | hadden gestaan |
| zij | hadden gestaan |
Toekomende tijd
| ik | zal staan |
| jij | zult staan |
| hij/zij/het | zal staan |
| wij | zullen staan |
| jullie | zullen staan |
| zij | zullen staan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou staan |
| jij | zou staan |
| hij/zij/het | zou staan |
| wij | zouden staan |
| jullie | zouden staan |
| zij | zouden staan |
Oefen staan
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: staan, stond, gestaan.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van staan?
stond (ik, jij, hij/zij/het) en stonden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van staan?
gestaan, met hebben: ik heb gestaan.
Gebruik je staan met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gestaan, hij heeft gestaan.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.