Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Stoppen

stoppen = to stop, to quit

Hele werkwoord
stoppen
Verleden tijd
stopte · stopten
Voltooide tijd
heeft / is gestopt

Kort antwoord

Stoppen is in het Engels to stop, to quit. Verleden tijd: stopte (enkelvoud) en stopten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestopt, met hebben / zijn: ik heb / ben gestopt.

Oefen stoppen

Tegenwoordige tijd

ikstop
jijstopt
hij/zij/hetstopt
wijstoppen
julliestoppen
zijstoppen

Verleden tijd

ikstopte
jijstopte
hij/zij/hetstopte
wijstopten
julliestopten
zijstopten

Voltooide tijd

ikheb / ben gestopt
jijhebt / bent gestopt
hij/zij/hetheeft / is gestopt
wijhebben / zijn gestopt
julliehebben / zijn gestopt
zijhebben / zijn gestopt

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gestopt
jijhad / was gestopt
hij/zij/hethad / was gestopt
wijhadden / waren gestopt
julliehadden / waren gestopt
zijhadden / waren gestopt

Toekomende tijd

ikzal stoppen
jijzult stoppen
hij/zij/hetzal stoppen
wijzullen stoppen
julliezullen stoppen
zijzullen stoppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou stoppen
jijzou stoppen
hij/zij/hetzou stoppen
wijzouden stoppen
julliezouden stoppen
zijzouden stoppen

Oefen stoppen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stop. In stoppen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stopte, stopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stopt, maar stop jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb de auto gestopt. Ik ben gestopt met roken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stoppen?

stopte (ik, jij, hij/zij/het) en stopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stoppen?

gestopt, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb de auto gestopt. Ik ben gestopt met roken.

Gebruik je stoppen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb de auto gestopt. Ik ben gestopt met roken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.