Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Strekken

strekken = to stretch

Hele werkwoord
strekken
Verleden tijd
strekte · strekten
Voltooide tijd
heeft gestrekt

Kort antwoord

Strekken is in het Engels to stretch. Verleden tijd: strekte (enkelvoud) en strekten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestrekt, met hebben: ik heb gestrekt.

Oefen strekken

Tegenwoordige tijd

ikstrek
jijstrekt
hij/zij/hetstrekt
wijstrekken
julliestrekken
zijstrekken

Verleden tijd

ikstrekte
jijstrekte
hij/zij/hetstrekte
wijstrekten
julliestrekten
zijstrekten

Voltooide tijd

ikheb gestrekt
jijhebt gestrekt
hij/zij/hetheeft gestrekt
wijhebben gestrekt
julliehebben gestrekt
zijhebben gestrekt

Voltooid verleden tijd

ikhad gestrekt
jijhad gestrekt
hij/zij/hethad gestrekt
wijhadden gestrekt
julliehadden gestrekt
zijhadden gestrekt

Toekomende tijd

ikzal strekken
jijzult strekken
hij/zij/hetzal strekken
wijzullen strekken
julliezullen strekken
zijzullen strekken

Voorwaardelijke wijs

ikzou strekken
jijzou strekken
hij/zij/hetzou strekken
wijzouden strekken
julliezouden strekken
zijzouden strekken

Oefen strekken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

strekken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kat zich langzaam op de bank.

  2. Verleden tijd

    Hij zijn benen na de lange reis.

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn rug na het werk even .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij onze spieren altijd voor de training.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is strek. In strekken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strekte, strekten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestrekt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij strekt, maar strek jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van strekken?

strekte (ik, jij, hij/zij/het) en strekten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van strekken?

gestrekt, met hebben: ik heb gestrekt.

Gebruik je strekken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestrekt, hij heeft gestrekt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.