Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Stuiten

stuiten = to stop, come to rest

Hele werkwoord
stuiten
Verleden tijd
stuitte · stuitten
Voltooide tijd
heeft / is gestuit

Kort antwoord

Stuiten is in het Engels to stop, come to rest. Verleden tijd: stuitte (enkelvoud) en stuitten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestuit, met hebben / zijn: ik heb / ben gestuit.

Oefen stuiten

Tegenwoordige tijd

ikstuit
jijstuit
hij/zij/hetstuit
wijstuiten
julliestuiten
zijstuiten

Verleden tijd

ikstuitte
jijstuitte
hij/zij/hetstuitte
wijstuitten
julliestuitten
zijstuitten

Voltooide tijd

ikheb / ben gestuit
jijhebt / bent gestuit
hij/zij/hetheeft / is gestuit
wijhebben / zijn gestuit
julliehebben / zijn gestuit
zijhebben / zijn gestuit

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gestuit
jijhad / was gestuit
hij/zij/hethad / was gestuit
wijhadden / waren gestuit
julliehadden / waren gestuit
zijhadden / waren gestuit

Toekomende tijd

ikzal stuiten
jijzult stuiten
hij/zij/hetzal stuiten
wijzullen stuiten
julliezullen stuiten
zijzullen stuiten

Voorwaardelijke wijs

ikzou stuiten
jijzou stuiten
hij/zij/hetzou stuiten
wijzouden stuiten
julliezouden stuiten
zijzouden stuiten

Oefen stuiten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

stuiten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De bal tegen de muur en blijft liggen.

  2. Verleden tijd

    De agenten de menigte bij het plein.

  3. Voltooide tijd

    De politie de demonstranten bij de brug .

  4. Bijzin

    Ik zag dat de auto tegen de boom .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is stuit. In stuiten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stuitte, stuitten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestuit).
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stuiten?

stuitte (ik, jij, hij/zij/het) en stuitten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stuiten?

gestuit, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.

Gebruik je stuiten met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.