Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Stuiten
stuiten = to stop, come to rest
- Hele werkwoord
- stuiten
- Verleden tijd
- stuitte · stuitten
- Voltooide tijd
- heeft / is gestuit
Kort antwoord
Stuiten is in het Engels to stop, come to rest. Verleden tijd: stuitte (enkelvoud) en stuitten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestuit, met hebben / zijn: ik heb / ben gestuit.
Oefen stuitenTegenwoordige tijd
| ik | stuit |
| jij | stuit |
| hij/zij/het | stuit |
| wij | stuiten |
| jullie | stuiten |
| zij | stuiten |
Verleden tijd
| ik | stuitte |
| jij | stuitte |
| hij/zij/het | stuitte |
| wij | stuitten |
| jullie | stuitten |
| zij | stuitten |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gestuit |
| jij | hebt / bent gestuit |
| hij/zij/het | heeft / is gestuit |
| wij | hebben / zijn gestuit |
| jullie | hebben / zijn gestuit |
| zij | hebben / zijn gestuit |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gestuit |
| jij | had / was gestuit |
| hij/zij/het | had / was gestuit |
| wij | hadden / waren gestuit |
| jullie | hadden / waren gestuit |
| zij | hadden / waren gestuit |
Toekomende tijd
| ik | zal stuiten |
| jij | zult stuiten |
| hij/zij/het | zal stuiten |
| wij | zullen stuiten |
| jullie | zullen stuiten |
| zij | zullen stuiten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stuiten |
| jij | zou stuiten |
| hij/zij/het | zou stuiten |
| wij | zouden stuiten |
| jullie | zouden stuiten |
| zij | zouden stuiten |
Oefen stuiten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stuiten in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is stuit. In stuiten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (stuitte, stuitten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestuit).
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stuiten?
stuitte (ik, jij, hij/zij/het) en stuitten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stuiten?
gestuit, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.
Gebruik je stuiten met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: De politie heeft de demonstranten gestuit. De bal is op een muur gestuit.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.