Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau C1 · Regelmatig

Vervoeging van Sussen

sussen = to appease

Hele werkwoord
sussen
Verleden tijd
suste · susten
Voltooide tijd
heeft gesust

Kort antwoord

Sussen is in het Engels to appease. Verleden tijd: suste (enkelvoud) en susten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesust, met hebben: ik heb gesust.

Oefen sussen

Tegenwoordige tijd

iksus
jijsust
hij/zij/hetsust
wijsussen
julliesussen
zijsussen

Verleden tijd

iksuste
jijsuste
hij/zij/hetsuste
wijsusten
julliesusten
zijsusten

Voltooide tijd

ikheb gesust
jijhebt gesust
hij/zij/hetheeft gesust
wijhebben gesust
julliehebben gesust
zijhebben gesust

Voltooid verleden tijd

ikhad gesust
jijhad gesust
hij/zij/hethad gesust
wijhadden gesust
julliehadden gesust
zijhadden gesust

Toekomende tijd

ikzal sussen
jijzult sussen
hij/zij/hetzal sussen
wijzullen sussen
julliezullen sussen
zijzullen sussen

Voorwaardelijke wijs

ikzou sussen
jijzou sussen
hij/zij/hetzou sussen
wijzouden sussen
julliezouden sussen
zijzouden sussen

Oefen sussen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

sussen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De moeder de huilende baby met een liedje.

  2. Verleden tijd

    De directeur de boze klanten met een mooie belofte.

  3. Voltooide tijd

    Ik de ruzie tussen de buren snel .

  4. Bijzin

    Het bedrijf biedt korting aan, omdat het de ontevreden klanten wil .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sus. In sussen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (suste, susten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesust).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sust, maar sus jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van sussen?

suste (ik, jij, hij/zij/het) en susten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van sussen?

gesust, met hebben: ik heb gesust.

Gebruik je sussen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesust, hij heeft gesust.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.