Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Teruglopen
teruglopen = to walk back
- Hele werkwoord
- teruglopen
- Verleden tijd
- liep terug · liepen terug
- Voltooide tijd
- is teruggelopen
Kort antwoord
Teruglopen is in het Engels to walk back. Verleden tijd: liep terug (enkelvoud) en liepen terug (meervoud). Voltooid deelwoord: teruggelopen, met zijn: ik ben teruggelopen.
Oefen teruglopenTegenwoordige tijd
| ik | loop terug |
| jij | loopt terug |
| hij/zij/het | loopt terug |
| wij | lopen terug |
| jullie | lopen terug |
| zij | lopen terug |
Verleden tijd
| ik | liep terug |
| jij | liep terug |
| hij/zij/het | liep terug |
| wij | liepen terug |
| jullie | liepen terug |
| zij | liepen terug |
Voltooide tijd
| ik | ben teruggelopen |
| jij | bent teruggelopen |
| hij/zij/het | is teruggelopen |
| wij | zijn teruggelopen |
| jullie | zijn teruggelopen |
| zij | zijn teruggelopen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was teruggelopen |
| jij | was teruggelopen |
| hij/zij/het | was teruggelopen |
| wij | waren teruggelopen |
| jullie | waren teruggelopen |
| zij | waren teruggelopen |
Toekomende tijd
| ik | zal teruglopen |
| jij | zult teruglopen |
| hij/zij/het | zal teruglopen |
| wij | zullen teruglopen |
| jullie | zullen teruglopen |
| zij | zullen teruglopen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou teruglopen |
| jij | zou teruglopen |
| hij/zij/het | zou teruglopen |
| wij | zouden teruglopen |
| jullie | zouden teruglopen |
| zij | zouden teruglopen |
Teruglopen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat terug naar het einde (ik loop terug). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik terugloop). Voltooid deelwoord: teruggelopen.
| Hoofdzin | ik loop terug |
| Vraag | loop jij terug? |
| Bijzin | … dat ik terugloop |
| Met een modaal werkwoord | ik wil teruglopen |
| Voltooide tijd | ik ben teruggelopen |
| Met om ... te | om terug te lopen |
| Gebiedende wijs | loop terug! |
Oefen teruglopen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
teruglopen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: teruglopen, liep terug, teruggelopen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat terug naar het eind: ik loop terug. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik terugloop, ... dat ik terugliep.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: teruggelopen.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben teruggelopen, niet ik heb teruggelopen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van teruglopen?
liep terug (ik, jij, hij/zij/het) en liepen terug (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van teruglopen?
teruggelopen, met zijn: ik ben teruggelopen.
Gebruik je teruglopen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben teruggelopen, hij is teruggelopen.
Is teruglopen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat terug naar het einde (ik loop terug), in een bijzin blijft het vast (dat ik terugloop). Voltooid deelwoord: teruggelopen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.