Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Thuishoren

thuishoren = to belong in a place

Hele werkwoord
thuishoren
Verleden tijd
hoorde thuis · hoorden thuis
Voltooide tijd
heeft thuisgehoord

Kort antwoord

Thuishoren is in het Engels to belong in a place. Verleden tijd: hoorde thuis (enkelvoud) en hoorden thuis (meervoud). Voltooid deelwoord: thuisgehoord, met hebben: ik heb thuisgehoord.

Oefen thuishoren

Tegenwoordige tijd

ikhoor thuis
jijhoort thuis
hij/zij/hethoort thuis
wijhoren thuis
julliehoren thuis
zijhoren thuis

Verleden tijd

ikhoorde thuis
jijhoorde thuis
hij/zij/hethoorde thuis
wijhoorden thuis
julliehoorden thuis
zijhoorden thuis

Voltooide tijd

ikheb thuisgehoord
jijhebt thuisgehoord
hij/zij/hetheeft thuisgehoord
wijhebben thuisgehoord
julliehebben thuisgehoord
zijhebben thuisgehoord

Voltooid verleden tijd

ikhad thuisgehoord
jijhad thuisgehoord
hij/zij/hethad thuisgehoord
wijhadden thuisgehoord
julliehadden thuisgehoord
zijhadden thuisgehoord

Toekomende tijd

ikzal thuishoren
jijzult thuishoren
hij/zij/hetzal thuishoren
wijzullen thuishoren
julliezullen thuishoren
zijzullen thuishoren

Voorwaardelijke wijs

ikzou thuishoren
jijzou thuishoren
hij/zij/hetzou thuishoren
wijzouden thuishoren
julliezouden thuishoren
zijzouden thuishoren

Thuishoren is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat thuis naar het einde (ik hoor thuis). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik thuishoor). Voltooid deelwoord: thuisgehoord.

Hoofdzinik hoor thuis
Vraaghoor jij thuis?
Bijzin… dat ik thuishoor
Met een modaal werkwoordik wil thuishoren
Voltooide tijdik heb thuisgehoord
Met om ... teom thuis te horen
Gebiedende wijshoor thuis!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen thuishoren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

thuishoren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Die boeken in de kast in de gang .

  2. Verleden tijd

    De vaas vroeger op de tafel in de woonkamer .

  3. Voltooide tijd

    Die schoenen nooit in de keuken .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij in deze groep , want je werkt hier al jaren.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hoor. In horen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (hoorde, hoorden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (thuisgehoord).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat thuis naar het eind: ik hoor thuis. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik thuishoor, ... dat ik thuishoorde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: thuisgehoord.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van thuishoren?

hoorde thuis (ik, jij, hij/zij/het) en hoorden thuis (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van thuishoren?

thuisgehoord, met hebben: ik heb thuisgehoord.

Gebruik je thuishoren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb thuisgehoord, hij heeft thuisgehoord.

Is thuishoren een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat thuis naar het einde (ik hoor thuis), in een bijzin blijft het vast (dat ik thuishoor). Voltooid deelwoord: thuisgehoord.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.