Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Thuishoren
thuishoren = to belong in a place
- Hele werkwoord
- thuishoren
- Verleden tijd
- hoorde thuis · hoorden thuis
- Voltooide tijd
- heeft thuisgehoord
Kort antwoord
Thuishoren is in het Engels to belong in a place. Verleden tijd: hoorde thuis (enkelvoud) en hoorden thuis (meervoud). Voltooid deelwoord: thuisgehoord, met hebben: ik heb thuisgehoord.
Oefen thuishorenTegenwoordige tijd
| ik | hoor thuis |
| jij | hoort thuis |
| hij/zij/het | hoort thuis |
| wij | horen thuis |
| jullie | horen thuis |
| zij | horen thuis |
Verleden tijd
| ik | hoorde thuis |
| jij | hoorde thuis |
| hij/zij/het | hoorde thuis |
| wij | hoorden thuis |
| jullie | hoorden thuis |
| zij | hoorden thuis |
Voltooide tijd
| ik | heb thuisgehoord |
| jij | hebt thuisgehoord |
| hij/zij/het | heeft thuisgehoord |
| wij | hebben thuisgehoord |
| jullie | hebben thuisgehoord |
| zij | hebben thuisgehoord |
Voltooid verleden tijd
| ik | had thuisgehoord |
| jij | had thuisgehoord |
| hij/zij/het | had thuisgehoord |
| wij | hadden thuisgehoord |
| jullie | hadden thuisgehoord |
| zij | hadden thuisgehoord |
Toekomende tijd
| ik | zal thuishoren |
| jij | zult thuishoren |
| hij/zij/het | zal thuishoren |
| wij | zullen thuishoren |
| jullie | zullen thuishoren |
| zij | zullen thuishoren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou thuishoren |
| jij | zou thuishoren |
| hij/zij/het | zou thuishoren |
| wij | zouden thuishoren |
| jullie | zouden thuishoren |
| zij | zouden thuishoren |
Thuishoren is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat thuis naar het einde (ik hoor thuis). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik thuishoor). Voltooid deelwoord: thuisgehoord.
| Hoofdzin | ik hoor thuis |
| Vraag | hoor jij thuis? |
| Bijzin | … dat ik thuishoor |
| Met een modaal werkwoord | ik wil thuishoren |
| Voltooide tijd | ik heb thuisgehoord |
| Met om ... te | om thuis te horen |
| Gebiedende wijs | hoor thuis! |
Oefen thuishoren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
thuishoren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is hoor. In horen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (hoorde, hoorden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (thuisgehoord).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat thuis naar het eind: ik hoor thuis. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik thuishoor, ... dat ik thuishoorde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: thuisgehoord.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van thuishoren?
hoorde thuis (ik, jij, hij/zij/het) en hoorden thuis (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van thuishoren?
thuisgehoord, met hebben: ik heb thuisgehoord.
Gebruik je thuishoren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb thuisgehoord, hij heeft thuisgehoord.
Is thuishoren een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat thuis naar het einde (ik hoor thuis), in een bijzin blijft het vast (dat ik thuishoor). Voltooid deelwoord: thuisgehoord.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.