Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau C1 · Regelmatig

Vervoeging van Traceren

traceren = to trace

Hele werkwoord
traceren
Verleden tijd
traceerde · traceerden
Voltooide tijd
heeft getraceerd

Kort antwoord

Traceren is in het Engels to trace. Verleden tijd: traceerde (enkelvoud) en traceerden (meervoud). Voltooid deelwoord: getraceerd, met hebben: ik heb getraceerd.

Oefen traceren

Tegenwoordige tijd

iktraceer
jijtraceert
hij/zij/hettraceert
wijtraceren
jullietraceren
zijtraceren

Verleden tijd

iktraceerde
jijtraceerde
hij/zij/hettraceerde
wijtraceerden
jullietraceerden
zijtraceerden

Voltooide tijd

ikheb getraceerd
jijhebt getraceerd
hij/zij/hetheeft getraceerd
wijhebben getraceerd
julliehebben getraceerd
zijhebben getraceerd

Voltooid verleden tijd

ikhad getraceerd
jijhad getraceerd
hij/zij/hethad getraceerd
wijhadden getraceerd
julliehadden getraceerd
zijhadden getraceerd

Toekomende tijd

ikzal traceren
jijzult traceren
hij/zij/hetzal traceren
wijzullen traceren
julliezullen traceren
zijzullen traceren

Voorwaardelijke wijs

ikzou traceren
jijzou traceren
hij/zij/hetzou traceren
wijzouden traceren
julliezouden traceren
zijzouden traceren

Oefen traceren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

traceren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De politie de eigenaar van de gestolen auto.

  2. Verleden tijd

    Het bedrijf gisteren het verloren pakket.

  3. Bijzin

    Ik wist dat de technici het signaal snel .

  4. Tegenwoordige tijd

    Ik het adres van mijn oude buurman via internet.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is traceer. In traceren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (traceerde, traceerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getraceerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij traceert, maar traceer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van traceren?

traceerde (ik, jij, hij/zij/het) en traceerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van traceren?

getraceerd, met hebben: ik heb getraceerd.

Gebruik je traceren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getraceerd, hij heeft getraceerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.