Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Voorspellen

voorspellen = to predict

Hele werkwoord
voorspellen
Verleden tijd
voorspelde · voorspelden
Voltooide tijd
heeft voorspeld

Kort antwoord

Voorspellen is in het Engels to predict. Verleden tijd: voorspelde (enkelvoud) en voorspelden (meervoud). Voltooid deelwoord: voorspeld, met hebben: ik heb voorspeld.

Oefen voorspellen

Tegenwoordige tijd

ikvoorspel
jijvoorspelt
hij/zij/hetvoorspelt
wijvoorspellen
jullievoorspellen
zijvoorspellen

Verleden tijd

ikvoorspelde
jijvoorspelde
hij/zij/hetvoorspelde
wijvoorspelden
jullievoorspelden
zijvoorspelden

Voltooide tijd

ikheb voorspeld
jijhebt voorspeld
hij/zij/hetheeft voorspeld
wijhebben voorspeld
julliehebben voorspeld
zijhebben voorspeld

Voltooid verleden tijd

ikhad voorspeld
jijhad voorspeld
hij/zij/hethad voorspeld
wijhadden voorspeld
julliehadden voorspeld
zijhadden voorspeld

Toekomende tijd

ikzal voorspellen
jijzult voorspellen
hij/zij/hetzal voorspellen
wijzullen voorspellen
julliezullen voorspellen
zijzullen voorspellen

Voorwaardelijke wijs

ikzou voorspellen
jijzou voorspellen
hij/zij/hetzou voorspellen
wijzouden voorspellen
julliezouden voorspellen
zijzouden voorspellen

Voorspellen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel voor- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik voorspel, dat ik voorspel), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: voorspeld.

Hoofdzinik voorspel
Vraagvoorspel jij?
Bijzin… dat ik voorspel
Met een modaal werkwoordik wil voorspellen
Voltooide tijdik heb voorspeld
Met om ... teom te voorspellen
Gebiedende wijsvoorspel!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen voorspellen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

voorspellen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De weerman voor morgen veel regen.

  2. Verleden tijd

    Niemand vorig jaar deze grote verandering.

  3. Voltooide tijd

    Jij gisteren al dat het zou gaan sneeuwen .

  4. Bijzin

    Ik geloof niet dat iemand de toekomst kan .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is voorspel. In voorspellen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (voorspelde, voorspelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (voorspeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij voorspelt, maar voorspel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van voorspellen?

voorspelde (ik, jij, hij/zij/het) en voorspelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van voorspellen?

voorspeld, met hebben: ik heb voorspeld.

Gebruik je voorspellen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb voorspeld, hij heeft voorspeld.

Is voorspellen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel voor- gaat bij voorspellen nooit los (ik voorspel, dat ik voorspel), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: voorspeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.