Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Wegleggen

wegleggen = to put away

Hele werkwoord
wegleggen
Verleden tijd
legde weg · legden weg
Voltooide tijd
heeft weggelegd

Kort antwoord

Wegleggen is in het Engels to put away. Verleden tijd: legde weg (enkelvoud) en legden weg (meervoud). Voltooid deelwoord: weggelegd, met hebben: ik heb weggelegd.

Oefen wegleggen

Tegenwoordige tijd

ikleg weg
jijlegt weg
hij/zij/hetlegt weg
wijleggen weg
jullieleggen weg
zijleggen weg

Verleden tijd

iklegde weg
jijlegde weg
hij/zij/hetlegde weg
wijlegden weg
jullielegden weg
zijlegden weg

Voltooide tijd

ikheb weggelegd
jijhebt weggelegd
hij/zij/hetheeft weggelegd
wijhebben weggelegd
julliehebben weggelegd
zijhebben weggelegd

Voltooid verleden tijd

ikhad weggelegd
jijhad weggelegd
hij/zij/hethad weggelegd
wijhadden weggelegd
julliehadden weggelegd
zijhadden weggelegd

Toekomende tijd

ikzal wegleggen
jijzult wegleggen
hij/zij/hetzal wegleggen
wijzullen wegleggen
julliezullen wegleggen
zijzullen wegleggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou wegleggen
jijzou wegleggen
hij/zij/hetzou wegleggen
wijzouden wegleggen
julliezouden wegleggen
zijzouden wegleggen

Wegleggen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat weg naar het einde (ik leg weg). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik wegleg). Voltooid deelwoord: weggelegd.

Hoofdzinik leg weg
Vraagleg jij weg?
Bijzin… dat ik wegleg
Met een modaal werkwoordik wil wegleggen
Voltooide tijdik heb weggelegd
Met om ... teom weg te leggen
Gebiedende wijsleg weg!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen wegleggen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

wegleggen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn telefoon tijdens het eten altijd .

  2. Verleden tijd

    De moeder het speelgoed na het spelen .

  3. Voltooide tijd

    Jij je boeken netjes in de kast .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij de kerstversiering in januari weer .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (weggelegd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat weg naar het eind: ik leg weg. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik wegleg, ... dat ik weglegde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: weggelegd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van wegleggen?

legde weg (ik, jij, hij/zij/het) en legden weg (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van wegleggen?

weggelegd, met hebben: ik heb weggelegd.

Gebruik je wegleggen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb weggelegd, hij heeft weggelegd.

Is wegleggen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat weg naar het einde (ik leg weg), in een bijzin blijft het vast (dat ik wegleg). Voltooid deelwoord: weggelegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.