Niveau A1 · Regelmatig
Vervoeging van Wonen
wonen = to live (reside)
- Hele werkwoord
- wonen
- Verleden tijd
- woonde · woonden
- Voltooide tijd
- heeft gewoond
Kort antwoord
Wonen is in het Engels to live (reside). Verleden tijd: woonde (enkelvoud) en woonden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewoond, met hebben: ik heb gewoond.
Oefen wonenTegenwoordige tijd
| ik | woon |
| jij | woont |
| hij/zij/het | woont |
| wij | wonen |
| jullie | wonen |
| zij | wonen |
Verleden tijd
| ik | woonde |
| jij | woonde |
| hij/zij/het | woonde |
| wij | woonden |
| jullie | woonden |
| zij | woonden |
Voltooide tijd
| ik | heb gewoond |
| jij | hebt gewoond |
| hij/zij/het | heeft gewoond |
| wij | hebben gewoond |
| jullie | hebben gewoond |
| zij | hebben gewoond |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gewoond |
| jij | had gewoond |
| hij/zij/het | had gewoond |
| wij | hadden gewoond |
| jullie | hadden gewoond |
| zij | hadden gewoond |
Toekomende tijd
| ik | zal wonen |
| jij | zult wonen |
| hij/zij/het | zal wonen |
| wij | zullen wonen |
| jullie | zullen wonen |
| zij | zullen wonen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou wonen |
| jij | zou wonen |
| hij/zij/het | zou wonen |
| wij | zouden wonen |
| jullie | zouden wonen |
| zij | zouden wonen |
Oefen wonen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is woon. In wonen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (woonde, woonden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewoond).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij woont, maar woon jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van wonen?
woonde (ik, jij, hij/zij/het) en woonden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van wonen?
gewoond, met hebben: ik heb gewoond.
Gebruik je wonen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gewoond, hij heeft gewoond.
Meer werkwoorden
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.