Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A1 · Irregular

Dragen conjugation

dragen = to carry, wear

Infinitive
dragen
Past
droeg · droegen
Perfect
heeft gedragen

Quick answer

Dragen means to carry, wear. Past tense: droeg (singular) and droegen (plural). Past participle: gedragen, with hebben: ik heb gedragen.

Practise dragen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdraag
jijdraagt
hij/zij/hetdraagt
wijdragen
julliedragen
zijdragen

Past (verleden tijd)

ikdroeg
jijdroeg
hij/zij/hetdroeg
wijdroegen
julliedroegen
zijdroegen

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gedragen
jijhebt gedragen
hij/zij/hetheeft gedragen
wijhebben gedragen
julliehebben gedragen
zijhebben gedragen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gedragen
jijhad gedragen
hij/zij/hethad gedragen
wijhadden gedragen
julliehadden gedragen
zijhadden gedragen

Future (toekomende tijd)

ikzal dragen
jijzult dragen
hij/zij/hetzal dragen
wijzullen dragen
julliezullen dragen
zijzullen dragen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou dragen
jijzou dragen
hij/zij/hetzou dragen
wijzouden dragen
julliezouden dragen
zijzouden dragen

Practise dragen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: dragen, droeg, gedragen.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij draagt, but draag jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of dragen?

droeg (ik, jij, hij/zij/het) and droegen (wij, jullie, zij).

What is the past participle of dragen?

gedragen, with hebben: ik heb gedragen.

Is dragen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gedragen, hij heeft gedragen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.