Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B2 · Regelmäßig

Acteren konjugieren

acteren = schauspielern

Infinitiv
acteren
Präteritum
acteerde · acteerden
Perfekt
heeft geacteerd

Kurze Antwort

Acteren bedeutet schauspielern. Präteritum: acteerde (Singular) und acteerden (Plural). Partizip Perfekt: geacteerd, mit hebben: ik heb geacteerd.

acteren üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikacteer
jijacteert
hij/zij/hetacteert
wijacteren
jullieacteren
zijacteren

Präteritum (verleden tijd)

ikacteerde
jijacteerde
hij/zij/hetacteerde
wijacteerden
jullieacteerden
zijacteerden

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb geacteerd
jijhebt geacteerd
hij/zij/hetheeft geacteerd
wijhebben geacteerd
julliehebben geacteerd
zijhebben geacteerd

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad geacteerd
jijhad geacteerd
hij/zij/hethad geacteerd
wijhadden geacteerd
julliehadden geacteerd
zijhadden geacteerd

Futur (toekomende tijd)

ikzal acteren
jijzult acteren
hij/zij/hetzal acteren
wijzullen acteren
julliezullen acteren
zijzullen acteren

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou acteren
jijzou acteren
hij/zij/hetzou acteren
wijzouden acteren
julliezouden acteren
zijzouden acteren

acteren üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

acteren im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Mijn zus in een kleine theatergroep in Utrecht.

  2. Präteritum

    Als kind ik graag in schoolvoorstellingen.

  3. Perfekt

    Hij vroeger in een bekende Nederlandse serie .

  4. Nebensatz

    Ze is nerveus omdat ze morgen voor het eerst op een groot podium .

So funktioniert dieses Verb

  • Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist acteer. Im Infinitiv acteren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (acteerde, acteerden) und das Partizip endet auf -d (geacteerd).
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij acteert, aber acteer jij?

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von acteren?

acteerde (ik, jij, hij/zij/het) und acteerden (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von acteren?

geacteerd, mit hebben: ik heb geacteerd.

Wird acteren mit hebben oder zijn gebildet?

Mit hebben: ik heb geacteerd, hij heeft geacteerd.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.