Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Acteren conjugation

acteren = to act

Infinitive
acteren
Past
acteerde · acteerden
Perfect
heeft geacteerd

Quick answer

Acteren means to act. Past tense: acteerde (singular) and acteerden (plural). Past participle: geacteerd, with hebben: ik heb geacteerd.

Practise acteren

Present (tegenwoordige tijd)

ikacteer
jijacteert
hij/zij/hetacteert
wijacteren
jullieacteren
zijacteren

Past (verleden tijd)

ikacteerde
jijacteerde
hij/zij/hetacteerde
wijacteerden
jullieacteerden
zijacteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geacteerd
jijhebt geacteerd
hij/zij/hetheeft geacteerd
wijhebben geacteerd
julliehebben geacteerd
zijhebben geacteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geacteerd
jijhad geacteerd
hij/zij/hethad geacteerd
wijhadden geacteerd
julliehadden geacteerd
zijhadden geacteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal acteren
jijzult acteren
hij/zij/hetzal acteren
wijzullen acteren
julliezullen acteren
zijzullen acteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou acteren
jijzou acteren
hij/zij/hetzou acteren
wijzouden acteren
julliezouden acteren
zijzouden acteren

Practise acteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is acteer. The infinitive acteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (acteerde, acteerden) and the participle ends in -d (geacteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij acteert, but acteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of acteren?

acteerde (ik, jij, hij/zij/het) and acteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of acteren?

geacteerd, with hebben: ik heb geacteerd.

Is acteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geacteerd, hij heeft geacteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.