Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau A2 · Regelmäßig

Delen konjugieren

delen = teilen

Infinitiv
delen
Präteritum
deelde · deelden
Perfekt
heeft gedeeld

Kurze Antwort

Delen bedeutet teilen. Präteritum: deelde (Singular) und deelden (Plural). Partizip Perfekt: gedeeld, mit hebben: ik heb gedeeld.

delen üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikdeel
jijdeelt
hij/zij/hetdeelt
wijdelen
julliedelen
zijdelen

Präteritum (verleden tijd)

ikdeelde
jijdeelde
hij/zij/hetdeelde
wijdeelden
julliedeelden
zijdeelden

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb gedeeld
jijhebt gedeeld
hij/zij/hetheeft gedeeld
wijhebben gedeeld
julliehebben gedeeld
zijhebben gedeeld

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad gedeeld
jijhad gedeeld
hij/zij/hethad gedeeld
wijhadden gedeeld
julliehadden gedeeld
zijhadden gedeeld

Futur (toekomende tijd)

ikzal delen
jijzult delen
hij/zij/hetzal delen
wijzullen delen
julliezullen delen
zijzullen delen

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou delen
jijzou delen
hij/zij/hetzou delen
wijzouden delen
julliezouden delen
zijzouden delen

delen üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

So funktioniert dieses Verb

  • Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist deel. Im Infinitiv delen steht l vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (deelde, deelden) und das Partizip endet auf -d (gedeeld).
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij deelt, aber deel jij?

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von delen?

deelde (ik, jij, hij/zij/het) und deelden (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von delen?

gedeeld, mit hebben: ik heb gedeeld.

Wird delen mit hebben oder zijn gebildet?

Mit hebben: ik heb gedeeld, hij heeft gedeeld.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.