Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Raken conjugation

raken = to hit

Infinitive
raken
Past
raakte · raakten
Perfect
heeft / is geraakt

Quick answer

Raken means to hit. Past tense: raakte (singular) and raakten (plural). Past participle: geraakt, with hebben / zijn: ik heb / ben geraakt.

Practise raken

Present (tegenwoordige tijd)

ikraak
jijraakt
hij/zij/hetraakt
wijraken
jullieraken
zijraken

Past (verleden tijd)

ikraakte
jijraakte
hij/zij/hetraakte
wijraakten
jullieraakten
zijraakten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben geraakt
jijhebt / bent geraakt
hij/zij/hetheeft / is geraakt
wijhebben / zijn geraakt
julliehebben / zijn geraakt
zijhebben / zijn geraakt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was geraakt
jijhad / was geraakt
hij/zij/hethad / was geraakt
wijhadden / waren geraakt
julliehadden / waren geraakt
zijhadden / waren geraakt

Future (toekomende tijd)

ikzal raken
jijzult raken
hij/zij/hetzal raken
wijzullen raken
julliezullen raken
zijzullen raken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou raken
jijzou raken
hij/zij/hetzou raken
wijzouden raken
julliezouden raken
zijzouden raken

Practise raken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is raak. The infinitive raken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (raakte, raakten) and the participle ends in -t (geraakt).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij raakt, but raak jij?
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of raken?

raakte (ik, jij, hij/zij/het) and raakten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of raken?

geraakt, with hebben or zijn depending on the meaning: De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

Is raken used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: De bal heeft de paal geraakt. Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.