Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B1 · Regelmäßig

Ergeren konjugieren

ergeren = ärgern

Infinitiv
ergeren
Präteritum
ergerde · ergerden
Perfekt
heeft geërgerd

Kurze Antwort

Ergeren bedeutet ärgern. Präteritum: ergerde (Singular) und ergerden (Plural). Partizip Perfekt: geërgerd, mit hebben: ik heb geërgerd.

ergeren üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikerger
jijergert
hij/zij/hetergert
wijergeren
jullieergeren
zijergeren

Präteritum (verleden tijd)

ikergerde
jijergerde
hij/zij/hetergerde
wijergerden
jullieergerden
zijergerden

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb geërgerd
jijhebt geërgerd
hij/zij/hetheeft geërgerd
wijhebben geërgerd
julliehebben geërgerd
zijhebben geërgerd

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad geërgerd
jijhad geërgerd
hij/zij/hethad geërgerd
wijhadden geërgerd
julliehadden geërgerd
zijhadden geërgerd

Futur (toekomende tijd)

ikzal ergeren
jijzult ergeren
hij/zij/hetzal ergeren
wijzullen ergeren
julliezullen ergeren
zijzullen ergeren

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ergeren
jijzou ergeren
hij/zij/hetzou ergeren
wijzouden ergeren
julliezouden ergeren
zijzouden ergeren

ergeren üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

ergeren im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Het lawaai van de buren mij erg.

  2. Präteritum

    Zijn stomme grapjes mij de hele avond.

  3. Perfekt

    Die trage computer mij echt .

  4. Nebensatz

    Ik word boos, omdat jullie mij steeds .

So funktioniert dieses Verb

  • Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist erger. Im Infinitiv ergeren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (ergerde, ergerden) und das Partizip endet auf -d (geërgerd).
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij ergert, aber erger jij?

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von ergeren?

ergerde (ik, jij, hij/zij/het) und ergerden (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von ergeren?

geërgerd, mit hebben: ik heb geërgerd.

Wird ergeren mit hebben oder zijn gebildet?

Mit hebben: ik heb geërgerd, hij heeft geërgerd.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.