Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B2 · Regelmäßig

Improviseren konjugieren

improviseren = improvisieren

Infinitiv
improviseren
Präteritum
improviseerde · improviseerden
Perfekt
heeft geïmproviseerd

Kurze Antwort

Improviseren bedeutet improvisieren. Präteritum: improviseerde (Singular) und improviseerden (Plural). Partizip Perfekt: geïmproviseerd, mit hebben: ik heb geïmproviseerd.

improviseren üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikimproviseer
jijimproviseert
hij/zij/hetimproviseert
wijimproviseren
jullieimproviseren
zijimproviseren

Präteritum (verleden tijd)

ikimproviseerde
jijimproviseerde
hij/zij/hetimproviseerde
wijimproviseerden
jullieimproviseerden
zijimproviseerden

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb geïmproviseerd
jijhebt geïmproviseerd
hij/zij/hetheeft geïmproviseerd
wijhebben geïmproviseerd
julliehebben geïmproviseerd
zijhebben geïmproviseerd

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad geïmproviseerd
jijhad geïmproviseerd
hij/zij/hethad geïmproviseerd
wijhadden geïmproviseerd
julliehadden geïmproviseerd
zijhadden geïmproviseerd

Futur (toekomende tijd)

ikzal improviseren
jijzult improviseren
hij/zij/hetzal improviseren
wijzullen improviseren
julliezullen improviseren
zijzullen improviseren

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou improviseren
jijzou improviseren
hij/zij/hetzou improviseren
wijzouden improviseren
julliezouden improviseren
zijzouden improviseren

improviseren üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

improviseren im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Perfekt

    Jij vandaag heel goed tijdens de les.

  2. Nebensatz

    Ze vindt het leuk als acteurs op het toneel .

So funktioniert dieses Verb

  • Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist improviseer. Im Infinitiv improviseren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (improviseerde, improviseerden) und das Partizip endet auf -d (geïmproviseerd).
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij improviseert, aber improviseer jij?

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von improviseren?

improviseerde (ik, jij, hij/zij/het) und improviseerden (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von improviseren?

geïmproviseerd, mit hebben: ik heb geïmproviseerd.

Wird improviseren mit hebben oder zijn gebildet?

Mit hebben: ik heb geïmproviseerd, hij heeft geïmproviseerd.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.