Level B2 · Regular
Projecteren conjugation
projecteren = to project
- Infinitive
- projecteren
- Past
- projecteerde · projecteerden
- Perfect
- heeft geprojecteerd
Quick answer
Projecteren means to project. Past tense: projecteerde (singular) and projecteerden (plural). Past participle: geprojecteerd, with hebben: ik heb geprojecteerd.
Practise projecterenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | projecteer |
| jij | projecteert |
| hij/zij/het | projecteert |
| wij | projecteren |
| jullie | projecteren |
| zij | projecteren |
Past (verleden tijd)
| ik | projecteerde |
| jij | projecteerde |
| hij/zij/het | projecteerde |
| wij | projecteerden |
| jullie | projecteerden |
| zij | projecteerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geprojecteerd |
| jij | hebt geprojecteerd |
| hij/zij/het | heeft geprojecteerd |
| wij | hebben geprojecteerd |
| jullie | hebben geprojecteerd |
| zij | hebben geprojecteerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geprojecteerd |
| jij | had geprojecteerd |
| hij/zij/het | had geprojecteerd |
| wij | hadden geprojecteerd |
| jullie | hadden geprojecteerd |
| zij | hadden geprojecteerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal projecteren |
| jij | zult projecteren |
| hij/zij/het | zal projecteren |
| wij | zullen projecteren |
| jullie | zullen projecteren |
| zij | zullen projecteren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou projecteren |
| jij | zou projecteren |
| hij/zij/het | zou projecteren |
| wij | zouden projecteren |
| jullie | zouden projecteren |
| zij | zouden projecteren |
Practise projecteren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is projecteer. The infinitive projecteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (projecteerde, projecteerden) and the participle ends in -d (geprojecteerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij projecteert, but projecteer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of projecteren?
projecteerde (ik, jij, hij/zij/het) and projecteerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of projecteren?
geprojecteerd, with hebben: ik heb geprojecteerd.
Is projecteren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geprojecteerd, hij heeft geprojecteerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.