Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Improviseren
improviseren = to improvise
- Hele werkwoord
- improviseren
- Verleden tijd
- improviseerde · improviseerden
- Voltooide tijd
- heeft geïmproviseerd
Kort antwoord
Improviseren is in het Engels to improvise. Verleden tijd: improviseerde (enkelvoud) en improviseerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geïmproviseerd, met hebben: ik heb geïmproviseerd.
Oefen improviserenTegenwoordige tijd
| ik | improviseer |
| jij | improviseert |
| hij/zij/het | improviseert |
| wij | improviseren |
| jullie | improviseren |
| zij | improviseren |
Verleden tijd
| ik | improviseerde |
| jij | improviseerde |
| hij/zij/het | improviseerde |
| wij | improviseerden |
| jullie | improviseerden |
| zij | improviseerden |
Voltooide tijd
| ik | heb geïmproviseerd |
| jij | hebt geïmproviseerd |
| hij/zij/het | heeft geïmproviseerd |
| wij | hebben geïmproviseerd |
| jullie | hebben geïmproviseerd |
| zij | hebben geïmproviseerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geïmproviseerd |
| jij | had geïmproviseerd |
| hij/zij/het | had geïmproviseerd |
| wij | hadden geïmproviseerd |
| jullie | hadden geïmproviseerd |
| zij | hadden geïmproviseerd |
Toekomende tijd
| ik | zal improviseren |
| jij | zult improviseren |
| hij/zij/het | zal improviseren |
| wij | zullen improviseren |
| jullie | zullen improviseren |
| zij | zullen improviseren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou improviseren |
| jij | zou improviseren |
| hij/zij/het | zou improviseren |
| wij | zouden improviseren |
| jullie | zouden improviseren |
| zij | zouden improviseren |
Oefen improviseren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
improviseren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is improviseer. In improviseren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (improviseerde, improviseerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geïmproviseerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij improviseert, maar improviseer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van improviseren?
improviseerde (ik, jij, hij/zij/het) en improviseerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van improviseren?
geïmproviseerd, met hebben: ik heb geïmproviseerd.
Gebruik je improviseren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geïmproviseerd, hij heeft geïmproviseerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.