Niveau B1 · Regelmäßig
Irriteren konjugieren
irriteren = ärgern
- Infinitiv
- irriteren
- Präteritum
- irriteerde · irriteerden
- Perfekt
- heeft geïrriteerd
Kurze Antwort
Irriteren bedeutet ärgern. Präteritum: irriteerde (Singular) und irriteerden (Plural). Partizip Perfekt: geïrriteerd, mit hebben: ik heb geïrriteerd.
irriteren übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | irriteer |
| jij | irriteert |
| hij/zij/het | irriteert |
| wij | irriteren |
| jullie | irriteren |
| zij | irriteren |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | irriteerde |
| jij | irriteerde |
| hij/zij/het | irriteerde |
| wij | irriteerden |
| jullie | irriteerden |
| zij | irriteerden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb geïrriteerd |
| jij | hebt geïrriteerd |
| hij/zij/het | heeft geïrriteerd |
| wij | hebben geïrriteerd |
| jullie | hebben geïrriteerd |
| zij | hebben geïrriteerd |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had geïrriteerd |
| jij | had geïrriteerd |
| hij/zij/het | had geïrriteerd |
| wij | hadden geïrriteerd |
| jullie | hadden geïrriteerd |
| zij | hadden geïrriteerd |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal irriteren |
| jij | zult irriteren |
| hij/zij/het | zal irriteren |
| wij | zullen irriteren |
| jullie | zullen irriteren |
| zij | zullen irriteren |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou irriteren |
| jij | zou irriteren |
| hij/zij/het | zou irriteren |
| wij | zouden irriteren |
| jullie | zouden irriteren |
| zij | zouden irriteren |
irriteren üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
irriteren im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist irriteer. Im Infinitiv irriteren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (irriteerde, irriteerden) und das Partizip endet auf -d (geïrriteerd).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij irriteert, aber irriteer jij?
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von irriteren?
irriteerde (ik, jij, hij/zij/het) und irriteerden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von irriteren?
geïrriteerd, mit hebben: ik heb geïrriteerd.
Wird irriteren mit hebben oder zijn gebildet?
Mit hebben: ik heb geïrriteerd, hij heeft geïrriteerd.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.