Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Verven conjugation

verven = to paint

Infinitive
verven
Past
verfde · verfden
Perfect
heeft geverfd

Quick answer

Verven means to paint. Past tense: verfde (singular) and verfden (plural). Past participle: geverfd, with hebben: ik heb geverfd.

Practise verven

Present (tegenwoordige tijd)

ikverf
jijverft
hij/zij/hetverft
wijverven
jullieverven
zijverven

Past (verleden tijd)

ikverfde
jijverfde
hij/zij/hetverfde
wijverfden
jullieverfden
zijverfden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geverfd
jijhebt geverfd
hij/zij/hetheeft geverfd
wijhebben geverfd
julliehebben geverfd
zijhebben geverfd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geverfd
jijhad geverfd
hij/zij/hethad geverfd
wijhadden geverfd
julliehadden geverfd
zijhadden geverfd

Future (toekomende tijd)

ikzal verven
jijzult verven
hij/zij/hetzal verven
wijzullen verven
julliezullen verven
zijzullen verven

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verven
jijzou verven
hij/zij/hetzou verven
wijzouden verven
julliezouden verven
zijzouden verven

Practise verven

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is verf. The infinitive verven has v before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (verfde, verfden) and the participle ends in -d (geverfd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij verft, but verf jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verven?

verfde (ik, jij, hij/zij/het) and verfden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verven?

geverfd, with hebben: ik heb geverfd.

Is verven used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geverfd, hij heeft geverfd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.