Niveau B2 · Regelmäßig
Redeneren konjugieren
redeneren = schlussfolgern
- Infinitiv
- redeneren
- Präteritum
- redeneerde · redeneerden
- Perfekt
- heeft geredeneerd
Kurze Antwort
Redeneren bedeutet schlussfolgern. Präteritum: redeneerde (Singular) und redeneerden (Plural). Partizip Perfekt: geredeneerd, mit hebben: ik heb geredeneerd.
redeneren übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | redeneer |
| jij | redeneert |
| hij/zij/het | redeneert |
| wij | redeneren |
| jullie | redeneren |
| zij | redeneren |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | redeneerde |
| jij | redeneerde |
| hij/zij/het | redeneerde |
| wij | redeneerden |
| jullie | redeneerden |
| zij | redeneerden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb geredeneerd |
| jij | hebt geredeneerd |
| hij/zij/het | heeft geredeneerd |
| wij | hebben geredeneerd |
| jullie | hebben geredeneerd |
| zij | hebben geredeneerd |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had geredeneerd |
| jij | had geredeneerd |
| hij/zij/het | had geredeneerd |
| wij | hadden geredeneerd |
| jullie | hadden geredeneerd |
| zij | hadden geredeneerd |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal redeneren |
| jij | zult redeneren |
| hij/zij/het | zal redeneren |
| wij | zullen redeneren |
| jullie | zullen redeneren |
| zij | zullen redeneren |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou redeneren |
| jij | zou redeneren |
| hij/zij/het | zou redeneren |
| wij | zouden redeneren |
| jullie | zouden redeneren |
| zij | zouden redeneren |
redeneren üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
redeneren im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist redeneer. Im Infinitiv redeneren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (redeneerde, redeneerden) und das Partizip endet auf -d (geredeneerd).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij redeneert, aber redeneer jij?
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von redeneren?
redeneerde (ik, jij, hij/zij/het) und redeneerden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von redeneren?
geredeneerd, mit hebben: ik heb geredeneerd.
Wird redeneren mit hebben oder zijn gebildet?
Mit hebben: ik heb geredeneerd, hij heeft geredeneerd.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.