Level B2 · Regular
Redeneren conjugation
redeneren = to reason
- Infinitive
- redeneren
- Past
- redeneerde · redeneerden
- Perfect
- heeft geredeneerd
Quick answer
Redeneren means to reason. Past tense: redeneerde (singular) and redeneerden (plural). Past participle: geredeneerd, with hebben: ik heb geredeneerd.
Practise redenerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | redeneer |
| jij | redeneert |
| hij/zij/het | redeneert |
| wij | redeneren |
| jullie | redeneren |
| zij | redeneren |
Past (verleden tijd)
| ik | redeneerde |
| jij | redeneerde |
| hij/zij/het | redeneerde |
| wij | redeneerden |
| jullie | redeneerden |
| zij | redeneerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geredeneerd |
| jij | hebt geredeneerd |
| hij/zij/het | heeft geredeneerd |
| wij | hebben geredeneerd |
| jullie | hebben geredeneerd |
| zij | hebben geredeneerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geredeneerd |
| jij | had geredeneerd |
| hij/zij/het | had geredeneerd |
| wij | hadden geredeneerd |
| jullie | hadden geredeneerd |
| zij | hadden geredeneerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal redeneren |
| jij | zult redeneren |
| hij/zij/het | zal redeneren |
| wij | zullen redeneren |
| jullie | zullen redeneren |
| zij | zullen redeneren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou redeneren |
| jij | zou redeneren |
| hij/zij/het | zou redeneren |
| wij | zouden redeneren |
| jullie | zouden redeneren |
| zij | zouden redeneren |
Practise redeneren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is redeneer. The infinitive redeneren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (redeneerde, redeneerden) and the participle ends in -d (geredeneerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij redeneert, but redeneer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of redeneren?
redeneerde (ik, jij, hij/zij/het) and redeneerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of redeneren?
geredeneerd, with hebben: ik heb geredeneerd.
Is redeneren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geredeneerd, hij heeft geredeneerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.