Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Neerschieten conjugation

neerschieten = to shoot down

Infinitive
neerschieten
Past
schoot neer · schoten neer
Perfect
heeft neergeschoten

Quick answer

Neerschieten means to shoot down. Past tense: schoot neer (singular) and schoten neer (plural). Past participle: neergeschoten, with hebben: ik heb neergeschoten.

Practise neerschieten

Present (tegenwoordige tijd)

ikschiet neer
jijschiet neer
hij/zij/hetschiet neer
wijschieten neer
jullieschieten neer
zijschieten neer

Past (verleden tijd)

ikschoot neer
jijschoot neer
hij/zij/hetschoot neer
wijschoten neer
jullieschoten neer
zijschoten neer

Perfect (voltooide tijd)

ikheb neergeschoten
jijhebt neergeschoten
hij/zij/hetheeft neergeschoten
wijhebben neergeschoten
julliehebben neergeschoten
zijhebben neergeschoten

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad neergeschoten
jijhad neergeschoten
hij/zij/hethad neergeschoten
wijhadden neergeschoten
julliehadden neergeschoten
zijhadden neergeschoten

Future (toekomende tijd)

ikzal neerschieten
jijzult neerschieten
hij/zij/hetzal neerschieten
wijzullen neerschieten
julliezullen neerschieten
zijzullen neerschieten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou neerschieten
jijzou neerschieten
hij/zij/hetzou neerschieten
wijzouden neerschieten
julliezouden neerschieten
zijzouden neerschieten

Neerschieten is a separable verb

In a main clause neer goes to the end (ik schiet neer). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik neerschiet). Participle: neergeschoten.

Main clauseik schiet neer
Questionschiet jij neer?
Subordinate clause… dat ik neerschiet
With a modal verbik wil neerschieten
Perfect tenseik heb neergeschoten
With om ... teom neer te schieten
Imperativeschiet neer!

Separable verbs: rules and checker

Practise neerschieten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: neerschieten, schoot neer, neergeschoten.
  • Separable verb. In a main clause the prefix neer goes to the end: ik schiet neer. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik neerschiet, ... dat ik neerschoot.
  • In the participle, ge goes between the two parts: neergeschoten.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of neerschieten?

schoot neer (ik, jij, hij/zij/het) and schoten neer (wij, jullie, zij).

What is the past participle of neerschieten?

neergeschoten, with hebben: ik heb neergeschoten.

Is neerschieten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb neergeschoten, hij heeft neergeschoten.

Is neerschieten a separable verb?

Yes. In a main clause neer goes to the end (ik schiet neer), in a subordinate clause it stays attached (dat ik neerschiet). Participle: neergeschoten.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.