Level B2 · Irregular, separable
Neerschieten conjugation
neerschieten = to shoot down
- Infinitive
- neerschieten
- Past
- schoot neer · schoten neer
- Perfect
- heeft neergeschoten
Quick answer
Neerschieten means to shoot down. Past tense: schoot neer (singular) and schoten neer (plural). Past participle: neergeschoten, with hebben: ik heb neergeschoten.
Practise neerschietenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | schiet neer |
| jij | schiet neer |
| hij/zij/het | schiet neer |
| wij | schieten neer |
| jullie | schieten neer |
| zij | schieten neer |
Past (verleden tijd)
| ik | schoot neer |
| jij | schoot neer |
| hij/zij/het | schoot neer |
| wij | schoten neer |
| jullie | schoten neer |
| zij | schoten neer |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb neergeschoten |
| jij | hebt neergeschoten |
| hij/zij/het | heeft neergeschoten |
| wij | hebben neergeschoten |
| jullie | hebben neergeschoten |
| zij | hebben neergeschoten |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had neergeschoten |
| jij | had neergeschoten |
| hij/zij/het | had neergeschoten |
| wij | hadden neergeschoten |
| jullie | hadden neergeschoten |
| zij | hadden neergeschoten |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal neerschieten |
| jij | zult neerschieten |
| hij/zij/het | zal neerschieten |
| wij | zullen neerschieten |
| jullie | zullen neerschieten |
| zij | zullen neerschieten |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou neerschieten |
| jij | zou neerschieten |
| hij/zij/het | zou neerschieten |
| wij | zouden neerschieten |
| jullie | zouden neerschieten |
| zij | zouden neerschieten |
Neerschieten is a separable verb
In a main clause neer goes to the end (ik schiet neer). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik neerschiet). Participle: neergeschoten.
| Main clause | ik schiet neer |
| Question | schiet jij neer? |
| Subordinate clause | … dat ik neerschiet |
| With a modal verb | ik wil neerschieten |
| Perfect tense | ik heb neergeschoten |
| With om ... te | om neer te schieten |
| Imperative | schiet neer! |
Practise neerschieten
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: neerschieten, schoot neer, neergeschoten.
- Separable verb. In a main clause the prefix neer goes to the end: ik schiet neer. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik neerschiet, ... dat ik neerschoot.
- In the participle, ge goes between the two parts: neergeschoten.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of neerschieten?
schoot neer (ik, jij, hij/zij/het) and schoten neer (wij, jullie, zij).
What is the past participle of neerschieten?
neergeschoten, with hebben: ik heb neergeschoten.
Is neerschieten used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb neergeschoten, hij heeft neergeschoten.
Is neerschieten a separable verb?
Yes. In a main clause neer goes to the end (ik schiet neer), in a subordinate clause it stays attached (dat ik neerschiet). Participle: neergeschoten.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.