Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular, no separable

Conjugación de Berekenen

berekenen = calcular

Infinitivo
berekenen
Pasado
berekende · berekenden
Perfecto
heeft berekend

Respuesta rápida

Berekenen significa calcular. Pasado: berekende (singular) y berekenden (plural). Participio: berekend, con hebben: ik heb berekend.

Practica berekenen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbereken
jijberekent
hij/zij/hetberekent
wijberekenen
jullieberekenen
zijberekenen

Pasado (verleden tijd)

ikberekende
jijberekende
hij/zij/hetberekende
wijberekenden
jullieberekenden
zijberekenden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb berekend
jijhebt berekend
hij/zij/hetheeft berekend
wijhebben berekend
julliehebben berekend
zijhebben berekend

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad berekend
jijhad berekend
hij/zij/hethad berekend
wijhadden berekend
julliehadden berekend
zijhadden berekend

Futuro (toekomende tijd)

ikzal berekenen
jijzult berekenen
hij/zij/hetzal berekenen
wijzullen berekenen
julliezullen berekenen
zijzullen berekenen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou berekenen
jijzou berekenen
hij/zij/hetzou berekenen
wijzouden berekenen
julliezouden berekenen
zijzouden berekenen

Berekenen no es separable

El prefijo be- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik bereken, dat ik bereken), y el participio no lleva ge- adicional: berekend.

Oración principalik bereken
Preguntabereken jij?
Oración subordinada… dat ik bereken
Con un verbo modalik wil berekenen
Pretérito perfectoik heb berekend
Con om ... teom te berekenen
Imperativobereken!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica berekenen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

berekenen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik eerst de prijs van de reis.

  2. Pasado

    De leraar gisteren alle cijfers.

  3. Pretérito perfecto

    Jij de kosten niet goed .

  4. Oración subordinada

    Ze wacht even, terwijl hij de totale prijs .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bereken. En el infinitivo berekenen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (berekende, berekenden) y el participio termina en -d (berekend).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: berekend.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij berekent, pero bereken jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de berekenen?

berekende (ik, jij, hij/zij/het) y berekenden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de berekenen?

berekend, con hebben: ik heb berekend.

¿El verbo berekenen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb berekend, hij heeft berekend.

¿Es berekenen un verbo separable?

No. El prefijo be- nunca se separa de berekenen (ik bereken, dat ik bereken), y el participio no lleva ge- adicional: berekend.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.