Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Binden

binden = atar, envolver

Infinitivo
binden
Pasado
bond · bonden
Perfecto
heeft gebonden

Respuesta rápida

Binden significa atar, envolver. Pasado: bond (singular) y bonden (plural). Participio: gebonden, con hebben: ik heb gebonden.

Practica binden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbind
jijbindt
hij/zij/hetbindt
wijbinden
julliebinden
zijbinden

Pasado (verleden tijd)

ikbond
jijbond
hij/zij/hetbond
wijbonden
julliebonden
zijbonden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gebonden
jijhebt gebonden
hij/zij/hetheeft gebonden
wijhebben gebonden
julliehebben gebonden
zijhebben gebonden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gebonden
jijhad gebonden
hij/zij/hethad gebonden
wijhadden gebonden
julliehadden gebonden
zijhadden gebonden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal binden
jijzult binden
hij/zij/hetzal binden
wijzullen binden
julliezullen binden
zijzullen binden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou binden
jijzou binden
hij/zij/hetzou binden
wijzouden binden
julliezouden binden
zijzouden binden

Practica binden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

binden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik een mooie strik om het cadeau.

  2. Pasado

    Hij de touwen stevig aan de boom.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie de bloemen met een lint .

  4. Presente

    Zij het pakketje met touw voordat ze het wegbrengt.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: binden, bond, gebonden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bindt, pero bind jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de binden?

bond (ik, jij, hij/zij/het) y bonden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de binden?

gebonden, con hebben: ik heb gebonden.

¿El verbo binden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gebonden, hij heeft gebonden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.