Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Uitbreken conjugation

uitbreken = to break out

Infinitive
uitbreken
Past
brak uit · braken uit
Perfect
is uitgebroken

Quick answer

Uitbreken means to break out. Past tense: brak uit (singular) and braken uit (plural). Past participle: uitgebroken, with zijn: ik ben uitgebroken.

Practise uitbreken

Present (tegenwoordige tijd)

ikbreek uit
jijbreekt uit
hij/zij/hetbreekt uit
wijbreken uit
julliebreken uit
zijbreken uit

Past (verleden tijd)

ikbrak uit
jijbrak uit
hij/zij/hetbrak uit
wijbraken uit
julliebraken uit
zijbraken uit

Perfect (voltooide tijd)

ikben uitgebroken
jijbent uitgebroken
hij/zij/hetis uitgebroken
wijzijn uitgebroken
julliezijn uitgebroken
zijzijn uitgebroken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas uitgebroken
jijwas uitgebroken
hij/zij/hetwas uitgebroken
wijwaren uitgebroken
julliewaren uitgebroken
zijwaren uitgebroken

Future (toekomende tijd)

ikzal uitbreken
jijzult uitbreken
hij/zij/hetzal uitbreken
wijzullen uitbreken
julliezullen uitbreken
zijzullen uitbreken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitbreken
jijzou uitbreken
hij/zij/hetzou uitbreken
wijzouden uitbreken
julliezouden uitbreken
zijzouden uitbreken

Uitbreken is a separable verb

In a main clause uit goes to the end (ik breek uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitbreek). Participle: uitgebroken.

Main clauseik breek uit
Questionbreek jij uit?
Subordinate clause… dat ik uitbreek
With a modal verbik wil uitbreken
Perfect tenseik ben uitgebroken
With om ... teom uit te breken
Imperativebreek uit!

Separable verbs: rules and checker

Practise uitbreken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: uitbreken, brak uit, uitgebroken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik breek uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitbreek, ... dat ik uitbrak.
  • In the participle, ge goes between the two parts: uitgebroken.
  • Perfect tense with zijn: ik ben uitgebroken, not ik heb uitgebroken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of uitbreken?

brak uit (ik, jij, hij/zij/het) and braken uit (wij, jullie, zij).

What is the past participle of uitbreken?

uitgebroken, with zijn: ik ben uitgebroken.

Is uitbreken used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben uitgebroken, hij is uitgebroken.

Is uitbreken a separable verb?

Yes. In a main clause uit goes to the end (ik breek uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitbreek). Participle: uitgebroken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.