Level B1 · Irregular, separable
Uitbreken conjugation
uitbreken = to break out
- Infinitive
- uitbreken
- Past
- brak uit · braken uit
- Perfect
- is uitgebroken
Quick answer
Uitbreken means to break out. Past tense: brak uit (singular) and braken uit (plural). Past participle: uitgebroken, with zijn: ik ben uitgebroken.
Practise uitbrekenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | breek uit |
| jij | breekt uit |
| hij/zij/het | breekt uit |
| wij | breken uit |
| jullie | breken uit |
| zij | breken uit |
Past (verleden tijd)
| ik | brak uit |
| jij | brak uit |
| hij/zij/het | brak uit |
| wij | braken uit |
| jullie | braken uit |
| zij | braken uit |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | ben uitgebroken |
| jij | bent uitgebroken |
| hij/zij/het | is uitgebroken |
| wij | zijn uitgebroken |
| jullie | zijn uitgebroken |
| zij | zijn uitgebroken |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | was uitgebroken |
| jij | was uitgebroken |
| hij/zij/het | was uitgebroken |
| wij | waren uitgebroken |
| jullie | waren uitgebroken |
| zij | waren uitgebroken |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal uitbreken |
| jij | zult uitbreken |
| hij/zij/het | zal uitbreken |
| wij | zullen uitbreken |
| jullie | zullen uitbreken |
| zij | zullen uitbreken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou uitbreken |
| jij | zou uitbreken |
| hij/zij/het | zou uitbreken |
| wij | zouden uitbreken |
| jullie | zouden uitbreken |
| zij | zouden uitbreken |
Uitbreken is a separable verb
In a main clause uit goes to the end (ik breek uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitbreek). Participle: uitgebroken.
| Main clause | ik breek uit |
| Question | breek jij uit? |
| Subordinate clause | … dat ik uitbreek |
| With a modal verb | ik wil uitbreken |
| Perfect tense | ik ben uitgebroken |
| With om ... te | om uit te breken |
| Imperative | breek uit! |
Practise uitbreken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: uitbreken, brak uit, uitgebroken.
- Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik breek uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitbreek, ... dat ik uitbrak.
- In the participle, ge goes between the two parts: uitgebroken.
- Perfect tense with zijn: ik ben uitgebroken, not ik heb uitgebroken.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of uitbreken?
brak uit (ik, jij, hij/zij/het) and braken uit (wij, jullie, zij).
What is the past participle of uitbreken?
uitgebroken, with zijn: ik ben uitgebroken.
Is uitbreken used with hebben or zijn?
With zijn: ik ben uitgebroken, hij is uitgebroken.
Is uitbreken a separable verb?
Yes. In a main clause uit goes to the end (ik breek uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitbreek). Participle: uitgebroken.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.