Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Consumeren

consumeren = consumir

Infinitivo
consumeren
Pasado
consumeerde · consumeerden
Perfecto
heeft geconsumeerd

Respuesta rápida

Consumeren significa consumir. Pasado: consumeerde (singular) y consumeerden (plural). Participio: geconsumeerd, con hebben: ik heb geconsumeerd.

Practica consumeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikconsumeer
jijconsumeert
hij/zij/hetconsumeert
wijconsumeren
jullieconsumeren
zijconsumeren

Pasado (verleden tijd)

ikconsumeerde
jijconsumeerde
hij/zij/hetconsumeerde
wijconsumeerden
jullieconsumeerden
zijconsumeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geconsumeerd
jijhebt geconsumeerd
hij/zij/hetheeft geconsumeerd
wijhebben geconsumeerd
julliehebben geconsumeerd
zijhebben geconsumeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geconsumeerd
jijhad geconsumeerd
hij/zij/hethad geconsumeerd
wijhadden geconsumeerd
julliehadden geconsumeerd
zijhadden geconsumeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal consumeren
jijzult consumeren
hij/zij/hetzal consumeren
wijzullen consumeren
julliezullen consumeren
zijzullen consumeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou consumeren
jijzou consumeren
hij/zij/hetzou consumeren
wijzouden consumeren
julliezouden consumeren
zijzouden consumeren

Practica consumeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

consumeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Veel mensen tegenwoordig te veel suiker.

  2. Pasado

    Vroeger mijn opa elke dag drie koppen sterke koffie.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie deze maand veel energie .

  4. Oración subordinada

    De arts waarschuwt dat jij te veel zout .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es consumeer. En el infinitivo consumeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (consumeerde, consumeerden) y el participio termina en -d (geconsumeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij consumeert, pero consumeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de consumeren?

consumeerde (ik, jij, hij/zij/het) y consumeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de consumeren?

geconsumeerd, con hebben: ik heb geconsumeerd.

¿El verbo consumeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geconsumeerd, hij heeft geconsumeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.