Level B2 · Regular
Consumeren conjugation
consumeren = to consume
- Infinitive
- consumeren
- Past
- consumeerde · consumeerden
- Perfect
- heeft geconsumeerd
Quick answer
Consumeren means to consume. Past tense: consumeerde (singular) and consumeerden (plural). Past participle: geconsumeerd, with hebben: ik heb geconsumeerd.
Practise consumerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | consumeer |
| jij | consumeert |
| hij/zij/het | consumeert |
| wij | consumeren |
| jullie | consumeren |
| zij | consumeren |
Past (verleden tijd)
| ik | consumeerde |
| jij | consumeerde |
| hij/zij/het | consumeerde |
| wij | consumeerden |
| jullie | consumeerden |
| zij | consumeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geconsumeerd |
| jij | hebt geconsumeerd |
| hij/zij/het | heeft geconsumeerd |
| wij | hebben geconsumeerd |
| jullie | hebben geconsumeerd |
| zij | hebben geconsumeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geconsumeerd |
| jij | had geconsumeerd |
| hij/zij/het | had geconsumeerd |
| wij | hadden geconsumeerd |
| jullie | hadden geconsumeerd |
| zij | hadden geconsumeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal consumeren |
| jij | zult consumeren |
| hij/zij/het | zal consumeren |
| wij | zullen consumeren |
| jullie | zullen consumeren |
| zij | zullen consumeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou consumeren |
| jij | zou consumeren |
| hij/zij/het | zou consumeren |
| wij | zouden consumeren |
| jullie | zouden consumeren |
| zij | zouden consumeren |
Practise consumeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is consumeer. The infinitive consumeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (consumeerde, consumeerden) and the participle ends in -d (geconsumeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij consumeert, but consumeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of consumeren?
consumeerde (ik, jij, hij/zij/het) and consumeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of consumeren?
geconsumeerd, with hebben: ik heb geconsumeerd.
Is consumeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geconsumeerd, hij heeft geconsumeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.