Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Googelen

googelen = buscar en internet

Infinitivo
googelen
Pasado
googelde · googelden
Perfecto
heeft gegoogeld

Respuesta rápida

Googelen significa buscar en internet. Pasado: googelde (singular) y googelden (plural). Participio: gegoogeld, con hebben: ik heb gegoogeld.

Practica googelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikgoogel
jijgoogelt
hij/zij/hetgoogelt
wijgoogelen
julliegoogelen
zijgoogelen

Pasado (verleden tijd)

ikgoogelde
jijgoogelde
hij/zij/hetgoogelde
wijgoogelden
julliegoogelden
zijgoogelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gegoogeld
jijhebt gegoogeld
hij/zij/hetheeft gegoogeld
wijhebben gegoogeld
julliehebben gegoogeld
zijhebben gegoogeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gegoogeld
jijhad gegoogeld
hij/zij/hethad gegoogeld
wijhadden gegoogeld
julliehadden gegoogeld
zijhadden gegoogeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal googelen
jijzult googelen
hij/zij/hetzal googelen
wijzullen googelen
julliezullen googelen
zijzullen googelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou googelen
jijzou googelen
hij/zij/hetzou googelen
wijzouden googelen
julliezouden googelen
zijzouden googelen

Practica googelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

googelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij altijd eerst het adres van het restaurant.

  2. Pasado

    Gisteren ik de naam van die acteur.

  3. Presente

    Mijn zus vaak recepten voor het avondeten.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es googel. En el infinitivo googelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (googelde, googelden) y el participio termina en -d (gegoogeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij googelt, pero googel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de googelen?

googelde (ik, jij, hij/zij/het) y googelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de googelen?

gegoogeld, con hebben: ik heb gegoogeld.

¿El verbo googelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gegoogeld, hij heeft gegoogeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.