Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Kampen

kampen = luchar

Infinitivo
kampen
Pasado
kampte · kampten
Perfecto
heeft gekampt

Respuesta rápida

Kampen significa luchar. Pasado: kampte (singular) y kampten (plural). Participio: gekampt, con hebben: ik heb gekampt.

Practica kampen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkamp
jijkampt
hij/zij/hetkampt
wijkampen
julliekampen
zijkampen

Pasado (verleden tijd)

ikkampte
jijkampte
hij/zij/hetkampte
wijkampten
julliekampten
zijkampten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gekampt
jijhebt gekampt
hij/zij/hetheeft gekampt
wijhebben gekampt
julliehebben gekampt
zijhebben gekampt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gekampt
jijhad gekampt
hij/zij/hethad gekampt
wijhadden gekampt
julliehadden gekampt
zijhadden gekampt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal kampen
jijzult kampen
hij/zij/hetzal kampen
wijzullen kampen
julliezullen kampen
zijzullen kampen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kampen
jijzou kampen
hij/zij/hetzou kampen
wijzouden kampen
julliezouden kampen
zijzouden kampen

Practica kampen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

kampen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Veel studenten met stress voor het examen.

  2. Pasado

    Vorig jaar ik met een slechte rug.

  3. Oración subordinada

    Hij is moe, omdat hij al weken met slapeloosheid .

  4. Pasado

    Toen wij jong waren, wij met weinig geld.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es kamp. En el infinitivo kampen hay una p antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (kampte, kampten) y el participio termina en -t (gekampt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij kampt, pero kamp jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de kampen?

kampte (ik, jij, hij/zij/het) y kampten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de kampen?

gekampt, con hebben: ik heb gekampt.

¿El verbo kampen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gekampt, hij heeft gekampt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.