Level B1 · Regular, separable
Neerstorten conjugation
neerstorten = to crash down
- Infinitive
- neerstorten
- Past
- stortte neer · stortten neer
- Perfect
- is neergestort
Quick answer
Neerstorten means to crash down. Past tense: stortte neer (singular) and stortten neer (plural). Past participle: neergestort, with zijn: ik ben neergestort.
Practise neerstortenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | stort neer |
| jij | stort neer |
| hij/zij/het | stort neer |
| wij | storten neer |
| jullie | storten neer |
| zij | storten neer |
Past (verleden tijd)
| ik | stortte neer |
| jij | stortte neer |
| hij/zij/het | stortte neer |
| wij | stortten neer |
| jullie | stortten neer |
| zij | stortten neer |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | ben neergestort |
| jij | bent neergestort |
| hij/zij/het | is neergestort |
| wij | zijn neergestort |
| jullie | zijn neergestort |
| zij | zijn neergestort |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | was neergestort |
| jij | was neergestort |
| hij/zij/het | was neergestort |
| wij | waren neergestort |
| jullie | waren neergestort |
| zij | waren neergestort |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal neerstorten |
| jij | zult neerstorten |
| hij/zij/het | zal neerstorten |
| wij | zullen neerstorten |
| jullie | zullen neerstorten |
| zij | zullen neerstorten |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou neerstorten |
| jij | zou neerstorten |
| hij/zij/het | zou neerstorten |
| wij | zouden neerstorten |
| jullie | zouden neerstorten |
| zij | zouden neerstorten |
Neerstorten is a separable verb
In a main clause neer goes to the end (ik stort neer). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik neerstort). Participle: neergestort.
| Main clause | ik stort neer |
| Question | stort jij neer? |
| Subordinate clause | … dat ik neerstort |
| With a modal verb | ik wil neerstorten |
| Perfect tense | ik ben neergestort |
| With om ... te | om neer te storten |
| Imperative | stort neer! |
Practise neerstorten
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is stort. The infinitive storten has t before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (stortte, stortten) and the participle ends in -t (neergestort).
- Separable verb. In a main clause the prefix neer goes to the end: ik stort neer. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik neerstort, ... dat ik neerstortte.
- In the participle, ge goes between the two parts: neergestort.
- Perfect tense with zijn: ik ben neergestort, not ik heb neergestort.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of neerstorten?
stortte neer (ik, jij, hij/zij/het) and stortten neer (wij, jullie, zij).
What is the past participle of neerstorten?
neergestort, with zijn: ik ben neergestort.
Is neerstorten used with hebben or zijn?
With zijn: ik ben neergestort, hij is neergestort.
Is neerstorten a separable verb?
Yes. In a main clause neer goes to the end (ik stort neer), in a subordinate clause it stays attached (dat ik neerstort). Participle: neergestort.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.