Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Keuren

keuren = inspeccionar, evaluar

Infinitivo
keuren
Pasado
keurde · keurden
Perfecto
heeft gekeurd

Respuesta rápida

Keuren significa inspeccionar, evaluar. Pasado: keurde (singular) y keurden (plural). Participio: gekeurd, con hebben: ik heb gekeurd.

Practica keuren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkeur
jijkeurt
hij/zij/hetkeurt
wijkeuren
julliekeuren
zijkeuren

Pasado (verleden tijd)

ikkeurde
jijkeurde
hij/zij/hetkeurde
wijkeurden
julliekeurden
zijkeurden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gekeurd
jijhebt gekeurd
hij/zij/hetheeft gekeurd
wijhebben gekeurd
julliehebben gekeurd
zijhebben gekeurd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gekeurd
jijhad gekeurd
hij/zij/hethad gekeurd
wijhadden gekeurd
julliehadden gekeurd
zijhadden gekeurd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal keuren
jijzult keuren
hij/zij/hetzal keuren
wijzullen keuren
julliezullen keuren
zijzullen keuren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou keuren
jijzou keuren
hij/zij/hetzou keuren
wijzouden keuren
julliezouden keuren
zijzouden keuren

Practica keuren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

keuren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De dokter elke maand nieuwe piloten.

  2. Pasado

    Gisteren de monteur onze auto grondig.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de appels vanmorgen streng .

  4. Presente

    Ik jouw werk altijd eerlijk.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es keur. En el infinitivo keuren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (keurde, keurden) y el participio termina en -d (gekeurd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij keurt, pero keur jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de keuren?

keurde (ik, jij, hij/zij/het) y keurden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de keuren?

gekeurd, con hebben: ik heb gekeurd.

¿El verbo keuren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gekeurd, hij heeft gekeurd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.