Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Irregular

Conjugación de Liggen

liggen = yacer, estar situado

Infinitivo
liggen
Pasado
lag · lagen
Perfecto
heeft gelegen

Respuesta rápida

Liggen significa yacer, estar situado. Pasado: lag (singular) y lagen (plural). Participio: gelegen, con hebben: ik heb gelegen.

Practica liggen

Presente (tegenwoordige tijd)

iklig
jijligt
hij/zij/hetligt
wijliggen
jullieliggen
zijliggen

Pasado (verleden tijd)

iklag
jijlag
hij/zij/hetlag
wijlagen
jullielagen
zijlagen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gelegen
jijhebt gelegen
hij/zij/hetheeft gelegen
wijhebben gelegen
julliehebben gelegen
zijhebben gelegen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gelegen
jijhad gelegen
hij/zij/hethad gelegen
wijhadden gelegen
julliehadden gelegen
zijhadden gelegen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal liggen
jijzult liggen
hij/zij/hetzal liggen
wijzullen liggen
julliezullen liggen
zijzullen liggen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou liggen
jijzou liggen
hij/zij/hetzou liggen
wijzouden liggen
julliezouden liggen
zijzouden liggen

Practica liggen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

liggen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn telefoon op de tafel.

  2. Pasado

    De kat de hele middag op de bank.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de hele zondag in bed .

  4. Oración subordinada

    Ik zie dat jouw boeken nog op de grond .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: liggen, lag, gelegen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij ligt, pero lig jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de liggen?

lag (ik, jij, hij/zij/het) y lagen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de liggen?

gelegen, con hebben: ik heb gelegen.

¿El verbo liggen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gelegen, hij heeft gelegen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.