Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Menen

menen = creer

Infinitivo
menen
Pasado
meende · meenden
Perfecto
heeft gemeend

Respuesta rápida

Menen significa creer. Pasado: meende (singular) y meenden (plural). Participio: gemeend, con hebben: ik heb gemeend.

Practica menen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikmeen
jijmeent
hij/zij/hetmeent
wijmenen
julliemenen
zijmenen

Pasado (verleden tijd)

ikmeende
jijmeende
hij/zij/hetmeende
wijmeenden
julliemeenden
zijmeenden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gemeend
jijhebt gemeend
hij/zij/hetheeft gemeend
wijhebben gemeend
julliehebben gemeend
zijhebben gemeend

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gemeend
jijhad gemeend
hij/zij/hethad gemeend
wijhadden gemeend
julliehadden gemeend
zijhadden gemeend

Futuro (toekomende tijd)

ikzal menen
jijzult menen
hij/zij/hetzal menen
wijzullen menen
julliezullen menen
zijzullen menen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou menen
jijzou menen
hij/zij/hetzou menen
wijzouden menen
julliezouden menen
zijzouden menen

Practica menen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

menen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn broer dat dit het beste plan is.

  2. Pasado

    Ik eerst dat de winkel dicht was.

  3. Pretérito perfecto

    Zij het echt , maar niemand geloofde haar.

  4. Oración subordinada

    Wij kopen een nieuwe bank, omdat wij dat de oude te klein is.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es meen. En el infinitivo menen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (meende, meenden) y el participio termina en -d (gemeend).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij meent, pero meen jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de menen?

meende (ik, jij, hij/zij/het) y meenden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de menen?

gemeend, con hebben: ik heb gemeend.

¿El verbo menen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gemeend, hij heeft gemeend.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.