Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Noteren

noteren = anotar

Infinitivo
noteren
Pasado
noteerde · noteerden
Perfecto
heeft genoteerd

Respuesta rápida

Noteren significa anotar. Pasado: noteerde (singular) y noteerden (plural). Participio: genoteerd, con hebben: ik heb genoteerd.

Practica noteren

Presente (tegenwoordige tijd)

iknoteer
jijnoteert
hij/zij/hetnoteert
wijnoteren
jullienoteren
zijnoteren

Pasado (verleden tijd)

iknoteerde
jijnoteerde
hij/zij/hetnoteerde
wijnoteerden
jullienoteerden
zijnoteerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb genoteerd
jijhebt genoteerd
hij/zij/hetheeft genoteerd
wijhebben genoteerd
julliehebben genoteerd
zijhebben genoteerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad genoteerd
jijhad genoteerd
hij/zij/hethad genoteerd
wijhadden genoteerd
julliehadden genoteerd
zijhadden genoteerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal noteren
jijzult noteren
hij/zij/hetzal noteren
wijzullen noteren
julliezullen noteren
zijzullen noteren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou noteren
jijzou noteren
hij/zij/hetzou noteren
wijzouden noteren
julliezouden noteren
zijzouden noteren

Practica noteren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

noteren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik de datum meteen in mijn agenda.

  2. Pasado

    De student elk woord van de leraar.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie het adres niet .

  4. Oración subordinada

    Als jij de afspraak , vergeet je hem niet.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es noteer. En el infinitivo noteren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (noteerde, noteerden) y el participio termina en -d (genoteerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij noteert, pero noteer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de noteren?

noteerde (ik, jij, hij/zij/het) y noteerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de noteren?

genoteerd, con hebben: ik heb genoteerd.

¿El verbo noteren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb genoteerd, hij heeft genoteerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.