Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Obsederen

obsederen = obsesionar

Infinitivo
obsederen
Pasado
obsedeerde · obsedeerden
Perfecto
heeft geobsedeerd

Respuesta rápida

Obsederen significa obsesionar. Pasado: obsedeerde (singular) y obsedeerden (plural). Participio: geobsedeerd, con hebben: ik heb geobsedeerd.

Practica obsederen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikobsedeer
jijobsedeert
hij/zij/hetobsedeert
wijobsederen
jullieobsederen
zijobsederen

Pasado (verleden tijd)

ikobsedeerde
jijobsedeerde
hij/zij/hetobsedeerde
wijobsedeerden
jullieobsedeerden
zijobsedeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geobsedeerd
jijhebt geobsedeerd
hij/zij/hetheeft geobsedeerd
wijhebben geobsedeerd
julliehebben geobsedeerd
zijhebben geobsedeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geobsedeerd
jijhad geobsedeerd
hij/zij/hethad geobsedeerd
wijhadden geobsedeerd
julliehadden geobsedeerd
zijhadden geobsedeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal obsederen
jijzult obsederen
hij/zij/hetzal obsederen
wijzullen obsederen
julliezullen obsederen
zijzullen obsederen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou obsederen
jijzou obsederen
hij/zij/hetzou obsederen
wijzouden obsederen
julliezouden obsederen
zijzouden obsederen

Practica obsederen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

obsederen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Pasado

    Het onderwerp hem zo erg dat hij er nachtenlang over nadacht.

  2. Pretérito perfecto

    Die vraag mij de hele week .

  3. Oración subordinada

    Ik weet dat de kwestie jou al maanden .

  4. Oración subordinada

    Zij sliep slecht omdat het ongeluk haar .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es obsedeer. En el infinitivo obsederen hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (obsedeerde, obsedeerden) y el participio termina en -d (geobsedeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij obsedeert, pero obsedeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de obsederen?

obsedeerde (ik, jij, hij/zij/het) y obsedeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de obsederen?

geobsedeerd, con hebben: ik heb geobsedeerd.

¿El verbo obsederen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geobsedeerd, hij heeft geobsedeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.