Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Vloeken conjugation

vloeken = to swear

Infinitive
vloeken
Past
vloekte · vloekten
Perfect
heeft gevloekt

Quick answer

Vloeken means to swear. Past tense: vloekte (singular) and vloekten (plural). Past participle: gevloekt, with hebben: ik heb gevloekt.

Practise vloeken

Present (tegenwoordige tijd)

ikvloek
jijvloekt
hij/zij/hetvloekt
wijvloeken
jullievloeken
zijvloeken

Past (verleden tijd)

ikvloekte
jijvloekte
hij/zij/hetvloekte
wijvloekten
jullievloekten
zijvloekten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gevloekt
jijhebt gevloekt
hij/zij/hetheeft gevloekt
wijhebben gevloekt
julliehebben gevloekt
zijhebben gevloekt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gevloekt
jijhad gevloekt
hij/zij/hethad gevloekt
wijhadden gevloekt
julliehadden gevloekt
zijhadden gevloekt

Future (toekomende tijd)

ikzal vloeken
jijzult vloeken
hij/zij/hetzal vloeken
wijzullen vloeken
julliezullen vloeken
zijzullen vloeken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vloeken
jijzou vloeken
hij/zij/hetzou vloeken
wijzouden vloeken
julliezouden vloeken
zijzouden vloeken

Practise vloeken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is vloek. The infinitive vloeken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (vloekte, vloekten) and the participle ends in -t (gevloekt).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij vloekt, but vloek jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vloeken?

vloekte (ik, jij, hij/zij/het) and vloekten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vloeken?

gevloekt, with hebben: ik heb gevloekt.

Is vloeken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gevloekt, hij heeft gevloekt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.