Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Ontleden

ontleden = analizar

Infinitivo
ontleden
Pasado
ontleedde · ontleedden
Perfecto
heeft ontleed

Respuesta rápida

Ontleden significa analizar. Pasado: ontleedde (singular) y ontleedden (plural). Participio: ontleed, con hebben: ik heb ontleed.

Practica ontleden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikontleed
jijontleedt
hij/zij/hetontleedt
wijontleden
jullieontleden
zijontleden

Pasado (verleden tijd)

ikontleedde
jijontleedde
hij/zij/hetontleedde
wijontleedden
jullieontleedden
zijontleedden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb ontleed
jijhebt ontleed
hij/zij/hetheeft ontleed
wijhebben ontleed
julliehebben ontleed
zijhebben ontleed

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad ontleed
jijhad ontleed
hij/zij/hethad ontleed
wijhadden ontleed
julliehadden ontleed
zijhadden ontleed

Futuro (toekomende tijd)

ikzal ontleden
jijzult ontleden
hij/zij/hetzal ontleden
wijzullen ontleden
julliezullen ontleden
zijzullen ontleden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ontleden
jijzou ontleden
hij/zij/hetzou ontleden
wijzouden ontleden
julliezouden ontleden
zijzouden ontleden

Practica ontleden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

ontleden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De leerlingen elke week een zin in de les.

  2. Pasado

    Gisteren de onderzoeker de resultaten heel zorgvuldig.

  3. Pretérito perfecto

    Wij het probleem samen .

  4. Oración subordinada

    Ze kan de fout vinden als ze de tekst goed .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es ontleed. En el infinitivo ontleden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (ontleedde, ontleedden) y el participio termina en -d (ontleed).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: ontleed.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij ontleedt, pero ontleed jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de ontleden?

ontleedde (ik, jij, hij/zij/het) y ontleedden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de ontleden?

ontleed, con hebben: ik heb ontleed.

¿El verbo ontleden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb ontleed, hij heeft ontleed.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.