Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular, separable

Conjugación de Opstijgen

opstijgen = elevarse, despegar

Infinitivo
opstijgen
Pasado
steeg op · stegen op
Perfecto
is opgestegen

Respuesta rápida

Opstijgen significa elevarse, despegar. Pasado: steeg op (singular) y stegen op (plural). Participio: opgestegen, con zijn: ik ben opgestegen.

Practica opstijgen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikstijg op
jijstijgt op
hij/zij/hetstijgt op
wijstijgen op
julliestijgen op
zijstijgen op

Pasado (verleden tijd)

iksteeg op
jijsteeg op
hij/zij/hetsteeg op
wijstegen op
julliestegen op
zijstegen op

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben opgestegen
jijbent opgestegen
hij/zij/hetis opgestegen
wijzijn opgestegen
julliezijn opgestegen
zijzijn opgestegen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas opgestegen
jijwas opgestegen
hij/zij/hetwas opgestegen
wijwaren opgestegen
julliewaren opgestegen
zijwaren opgestegen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal opstijgen
jijzult opstijgen
hij/zij/hetzal opstijgen
wijzullen opstijgen
julliezullen opstijgen
zijzullen opstijgen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou opstijgen
jijzou opstijgen
hij/zij/hetzou opstijgen
wijzouden opstijgen
julliezouden opstijgen
zijzouden opstijgen

Opstijgen es un verbo separable

En una oración principal op va al final (ik stijg op). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik opstijg). Participio: opgestegen.

Oración principalik stijg op
Preguntastijg jij op?
Oración subordinada… dat ik opstijg
Con un verbo modalik wil opstijgen
Pretérito perfectoik ben opgestegen
Con om ... teom op te stijgen
Imperativostijg op!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica opstijgen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

opstijgen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Het vliegtuig over tien minuten .

  2. Pasado

    De ballon langzaam in de ochtend .

  3. Pretérito perfecto

    De vogels allemaal tegelijk .

  4. Oración subordinada

    Ik word zenuwachtig, wanneer het vliegtuig .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: opstijgen, steeg op, opgestegen.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo op va al final: ik stijg op. En una subordinada se queda unido: ... dat ik opstijg, ... dat ik opsteeg.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: opgestegen.
  • Perfecto con zijn: ik ben opgestegen, no ik heb opgestegen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de opstijgen?

steeg op (ik, jij, hij/zij/het) y stegen op (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de opstijgen?

opgestegen, con zijn: ik ben opgestegen.

¿El verbo opstijgen va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben opgestegen, hij is opgestegen.

¿Es opstijgen un verbo separable?

Sí. En una oración principal op va al final (ik stijg op), en una subordinada permanece unido (dat ik opstijg). Participio: opgestegen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.