Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Reageren

reageren = reaccionar, responder

Infinitivo
reageren
Pasado
reageerde · reageerden
Perfecto
heeft gereageerd

Respuesta rápida

Reageren significa reaccionar, responder. Pasado: reageerde (singular) y reageerden (plural). Participio: gereageerd, con hebben: ik heb gereageerd.

Practica reageren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikreageer
jijreageert
hij/zij/hetreageert
wijreageren
julliereageren
zijreageren

Pasado (verleden tijd)

ikreageerde
jijreageerde
hij/zij/hetreageerde
wijreageerden
julliereageerden
zijreageerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gereageerd
jijhebt gereageerd
hij/zij/hetheeft gereageerd
wijhebben gereageerd
julliehebben gereageerd
zijhebben gereageerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gereageerd
jijhad gereageerd
hij/zij/hethad gereageerd
wijhadden gereageerd
julliehadden gereageerd
zijhadden gereageerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal reageren
jijzult reageren
hij/zij/hetzal reageren
wijzullen reageren
julliezullen reageren
zijzullen reageren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou reageren
jijzou reageren
hij/zij/hetzou reageren
wijzouden reageren
julliezouden reageren
zijzouden reageren

Practica reageren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

reageren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij altijd heel rustig op slecht nieuws.

  2. Pasado

    De directeur boos op de klacht.

  3. Pretérito perfecto

    Zij nog niet op mijn e-mail .

  4. Presente

    Wij meestal snel op berichten van klanten.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es reageer. En el infinitivo reageren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (reageerde, reageerden) y el participio termina en -d (gereageerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij reageert, pero reageer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de reageren?

reageerde (ik, jij, hij/zij/het) y reageerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de reageren?

gereageerd, con hebben: ik heb gereageerd.

¿El verbo reageren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gereageerd, hij heeft gereageerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.