Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Regular

Conjugación de Reizen

reizen = viajar

Infinitivo
reizen
Pasado
reisde · reisden
Perfecto
heeft / is gereisd

Respuesta rápida

Reizen significa viajar. Pasado: reisde (singular) y reisden (plural). Participio: gereisd, con hebben / zijn: ik heb / ben gereisd.

Practica reizen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikreis
jijreist
hij/zij/hetreist
wijreizen
julliereizen
zijreizen

Pasado (verleden tijd)

ikreisde
jijreisde
hij/zij/hetreisde
wijreisden
julliereisden
zijreisden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gereisd
jijhebt / bent gereisd
hij/zij/hetheeft / is gereisd
wijhebben / zijn gereisd
julliehebben / zijn gereisd
zijhebben / zijn gereisd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gereisd
jijhad / was gereisd
hij/zij/hethad / was gereisd
wijhadden / waren gereisd
julliehadden / waren gereisd
zijhadden / waren gereisd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal reizen
jijzult reizen
hij/zij/hetzal reizen
wijzullen reizen
julliezullen reizen
zijzullen reizen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou reizen
jijzou reizen
hij/zij/hetzou reizen
wijzouden reizen
julliezouden reizen
zijzouden reizen

Practica reizen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es reis. En el infinitivo reizen hay una z antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (reisde, reisden) y el participio termina en -d (gereisd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij reist, pero reis jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de reizen?

reisde (ik, jij, hij/zij/het) y reisden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de reizen?

gereisd, con hebben o zijn según el significado: Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.

¿El verbo reizen va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.