Niveau A1 · Regelmatig
Vervoeging van Reizen
reizen = to travel
- Hele werkwoord
- reizen
- Verleden tijd
- reisde · reisden
- Voltooide tijd
- heeft / is gereisd
Kort antwoord
Reizen is in het Engels to travel. Verleden tijd: reisde (enkelvoud) en reisden (meervoud). Voltooid deelwoord: gereisd, met hebben / zijn: ik heb / ben gereisd.
Oefen reizenTegenwoordige tijd
| ik | reis |
| jij | reist |
| hij/zij/het | reist |
| wij | reizen |
| jullie | reizen |
| zij | reizen |
Verleden tijd
| ik | reisde |
| jij | reisde |
| hij/zij/het | reisde |
| wij | reisden |
| jullie | reisden |
| zij | reisden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gereisd |
| jij | hebt / bent gereisd |
| hij/zij/het | heeft / is gereisd |
| wij | hebben / zijn gereisd |
| jullie | hebben / zijn gereisd |
| zij | hebben / zijn gereisd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gereisd |
| jij | had / was gereisd |
| hij/zij/het | had / was gereisd |
| wij | hadden / waren gereisd |
| jullie | hadden / waren gereisd |
| zij | hadden / waren gereisd |
Toekomende tijd
| ik | zal reizen |
| jij | zult reizen |
| hij/zij/het | zal reizen |
| wij | zullen reizen |
| jullie | zullen reizen |
| zij | zullen reizen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou reizen |
| jij | zou reizen |
| hij/zij/het | zou reizen |
| wij | zouden reizen |
| jullie | zouden reizen |
| zij | zouden reizen |
Oefen reizen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is reis. In reizen staat z voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (reisde, reisden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gereisd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij reist, maar reis jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van reizen?
reisde (ik, jij, hij/zij/het) en reisden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van reizen?
gereisd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.
Gebruik je reizen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb veel gereisd. Ik ben naar Spanje gereisd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.