Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Smeden

smeden = forjar, idear

Infinitivo
smeden
Pasado
smeedde · smeedden
Perfecto
heeft gesmeed

Respuesta rápida

Smeden significa forjar, idear. Pasado: smeedde (singular) y smeedden (plural). Participio: gesmeed, con hebben: ik heb gesmeed.

Practica smeden

Presente (tegenwoordige tijd)

iksmeed
jijsmeedt
hij/zij/hetsmeedt
wijsmeden
julliesmeden
zijsmeden

Pasado (verleden tijd)

iksmeedde
jijsmeedde
hij/zij/hetsmeedde
wijsmeedden
julliesmeedden
zijsmeedden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gesmeed
jijhebt gesmeed
hij/zij/hetheeft gesmeed
wijhebben gesmeed
julliehebben gesmeed
zijhebben gesmeed

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gesmeed
jijhad gesmeed
hij/zij/hethad gesmeed
wijhadden gesmeed
julliehadden gesmeed
zijhadden gesmeed

Futuro (toekomende tijd)

ikzal smeden
jijzult smeden
hij/zij/hetzal smeden
wijzullen smeden
julliezullen smeden
zijzullen smeden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou smeden
jijzou smeden
hij/zij/hetzou smeden
wijzouden smeden
julliezouden smeden
zijzouden smeden

Practica smeden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

smeden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De smid elke dag een nieuw zwaard.

  2. Pasado

    De dieven vorig jaar een slim plan.

  3. Pretérito perfecto

    Ik met mijn vrienden een plan voor de vakantie .

  4. Pasado

    Toen wij samen aan tafel zaten, wij plannen voor de toekomst.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es smeed. En el infinitivo smeden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (smeedde, smeedden) y el participio termina en -d (gesmeed).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij smeedt, pero smeed jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de smeden?

smeedde (ik, jij, hij/zij/het) y smeedden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de smeden?

gesmeed, con hebben: ik heb gesmeed.

¿El verbo smeden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gesmeed, hij heeft gesmeed.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.