Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Prikkelen conjugation

prikkelen = to stimulate or irritate

Infinitive
prikkelen
Past
prikkelde · prikkelden
Perfect
heeft geprikkeld

Quick answer

Prikkelen means to stimulate or irritate. Past tense: prikkelde (singular) and prikkelden (plural). Past participle: geprikkeld, with hebben: ik heb geprikkeld.

Practise prikkelen

Present (tegenwoordige tijd)

ikprikkel
jijprikkelt
hij/zij/hetprikkelt
wijprikkelen
jullieprikkelen
zijprikkelen

Past (verleden tijd)

ikprikkelde
jijprikkelde
hij/zij/hetprikkelde
wijprikkelden
jullieprikkelden
zijprikkelden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geprikkeld
jijhebt geprikkeld
hij/zij/hetheeft geprikkeld
wijhebben geprikkeld
julliehebben geprikkeld
zijhebben geprikkeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geprikkeld
jijhad geprikkeld
hij/zij/hethad geprikkeld
wijhadden geprikkeld
julliehadden geprikkeld
zijhadden geprikkeld

Future (toekomende tijd)

ikzal prikkelen
jijzult prikkelen
hij/zij/hetzal prikkelen
wijzullen prikkelen
julliezullen prikkelen
zijzullen prikkelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou prikkelen
jijzou prikkelen
hij/zij/hetzou prikkelen
wijzouden prikkelen
julliezouden prikkelen
zijzouden prikkelen

Practise prikkelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is prikkel. The infinitive prikkelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (prikkelde, prikkelden) and the participle ends in -d (geprikkeld).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij prikkelt, but prikkel jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of prikkelen?

prikkelde (ik, jij, hij/zij/het) and prikkelden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of prikkelen?

geprikkeld, with hebben: ik heb geprikkeld.

Is prikkelen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geprikkeld, hij heeft geprikkeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.