Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Sterven

sterven = morir

Infinitivo
sterven
Pasado
stierf · stierven
Perfecto
is gestorven

Respuesta rápida

Sterven significa morir. Pasado: stierf (singular) y stierven (plural). Participio: gestorven, con zijn: ik ben gestorven.

Practica sterven

Presente (tegenwoordige tijd)

iksterf
jijsterft
hij/zij/hetsterft
wijsterven
julliesterven
zijsterven

Pasado (verleden tijd)

ikstierf
jijstierf
hij/zij/hetstierf
wijstierven
julliestierven
zijstierven

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben gestorven
jijbent gestorven
hij/zij/hetis gestorven
wijzijn gestorven
julliezijn gestorven
zijzijn gestorven

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas gestorven
jijwas gestorven
hij/zij/hetwas gestorven
wijwaren gestorven
julliewaren gestorven
zijwaren gestorven

Futuro (toekomende tijd)

ikzal sterven
jijzult sterven
hij/zij/hetzal sterven
wijzullen sterven
julliezullen sterven
zijzullen sterven

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou sterven
jijzou sterven
hij/zij/hetzou sterven
wijzouden sterven
julliezouden sterven
zijzouden sterven

Practica sterven

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

sterven en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Deze planten snel zonder water.

  2. Pasado

    Mijn grootvader toen ik nog klein was.

  3. Pretérito perfecto

    De oude kat van de buurvrouw gisteren .

  4. Oración subordinada

    Ik ben bang dat de bloemen als het te koud wordt.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: sterven, stierf, gestorven.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij sterft, pero sterf jij?
  • Perfecto con zijn: ik ben gestorven, no ik heb gestorven.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de sterven?

stierf (ik, jij, hij/zij/het) y stierven (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de sterven?

gestorven, con zijn: ik ben gestorven.

¿El verbo sterven va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben gestorven, hij is gestorven.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.