Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Transformeren

transformeren = transformar

Infinitivo
transformeren
Pasado
transformeerde · transformeerden
Perfecto
heeft / is getransformeerd

Respuesta rápida

Transformeren significa transformar. Pasado: transformeerde (singular) y transformeerden (plural). Participio: getransformeerd, con hebben / zijn: ik heb / ben getransformeerd.

Practica transformeren

Presente (tegenwoordige tijd)

iktransformeer
jijtransformeert
hij/zij/hettransformeert
wijtransformeren
jullietransformeren
zijtransformeren

Pasado (verleden tijd)

iktransformeerde
jijtransformeerde
hij/zij/hettransformeerde
wijtransformeerden
jullietransformeerden
zijtransformeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben getransformeerd
jijhebt / bent getransformeerd
hij/zij/hetheeft / is getransformeerd
wijhebben / zijn getransformeerd
julliehebben / zijn getransformeerd
zijhebben / zijn getransformeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was getransformeerd
jijhad / was getransformeerd
hij/zij/hethad / was getransformeerd
wijhadden / waren getransformeerd
julliehadden / waren getransformeerd
zijhadden / waren getransformeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal transformeren
jijzult transformeren
hij/zij/hetzal transformeren
wijzullen transformeren
julliezullen transformeren
zijzullen transformeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou transformeren
jijzou transformeren
hij/zij/hetzou transformeren
wijzouden transformeren
julliezouden transformeren
zijzouden transformeren

Practica transformeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

transformeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De nieuwe baas het bedrijf helemaal.

  2. Pasado

    De architecten het oude gebouw in een hotel.

  3. Pretérito perfecto

    Het bedrijf zijn aanpak .

  4. Oración subordinada

    Ik ben blij, omdat de stad zo mooi .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es transformeer. En el infinitivo transformeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (transformeerde, transformeerden) y el participio termina en -d (getransformeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij transformeert, pero transformeer jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de transformeren?

transformeerde (ik, jij, hij/zij/het) y transformeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de transformeren?

getransformeerd, con hebben o zijn según el significado: Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.

¿El verbo transformeren va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.