Level B2 · Regular
Transformeren conjugation
transformeren = to transform
- Infinitive
- transformeren
- Past
- transformeerde · transformeerden
- Perfect
- heeft / is getransformeerd
Quick answer
Transformeren means to transform. Past tense: transformeerde (singular) and transformeerden (plural). Past participle: getransformeerd, with hebben / zijn: ik heb / ben getransformeerd.
Practise transformerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | transformeer |
| jij | transformeert |
| hij/zij/het | transformeert |
| wij | transformeren |
| jullie | transformeren |
| zij | transformeren |
Past (verleden tijd)
| ik | transformeerde |
| jij | transformeerde |
| hij/zij/het | transformeerde |
| wij | transformeerden |
| jullie | transformeerden |
| zij | transformeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben getransformeerd |
| jij | hebt / bent getransformeerd |
| hij/zij/het | heeft / is getransformeerd |
| wij | hebben / zijn getransformeerd |
| jullie | hebben / zijn getransformeerd |
| zij | hebben / zijn getransformeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was getransformeerd |
| jij | had / was getransformeerd |
| hij/zij/het | had / was getransformeerd |
| wij | hadden / waren getransformeerd |
| jullie | hadden / waren getransformeerd |
| zij | hadden / waren getransformeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal transformeren |
| jij | zult transformeren |
| hij/zij/het | zal transformeren |
| wij | zullen transformeren |
| jullie | zullen transformeren |
| zij | zullen transformeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou transformeren |
| jij | zou transformeren |
| hij/zij/het | zou transformeren |
| wij | zouden transformeren |
| jullie | zouden transformeren |
| zij | zouden transformeren |
Practise transformeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is transformeer. The infinitive transformeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (transformeerde, transformeerden) and the participle ends in -d (getransformeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij transformeert, but transformeer jij?
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of transformeren?
transformeerde (ik, jij, hij/zij/het) and transformeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of transformeren?
getransformeerd, with hebben or zijn depending on the meaning: Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.
Is transformeren used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: Het bedrijf heeft zijn aanpak getransformeerd. De rups is getransformeerd tot een vlinder.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.