Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Treden

treden = pisar

Infinitivo
treden
Pasado
trad · traden
Perfecto
is getreden

Respuesta rápida

Treden significa pisar. Pasado: trad (singular) y traden (plural). Participio: getreden, con zijn: ik ben getreden.

Practica treden

Presente (tegenwoordige tijd)

iktreed
jijtreedt
hij/zij/hettreedt
wijtreden
jullietreden
zijtreden

Pasado (verleden tijd)

iktrad
jijtrad
hij/zij/hettrad
wijtraden
jullietraden
zijtraden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben getreden
jijbent getreden
hij/zij/hetis getreden
wijzijn getreden
julliezijn getreden
zijzijn getreden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas getreden
jijwas getreden
hij/zij/hetwas getreden
wijwaren getreden
julliewaren getreden
zijwaren getreden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal treden
jijzult treden
hij/zij/hetzal treden
wijzullen treden
julliezullen treden
zijzullen treden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou treden
jijzou treden
hij/zij/hetzou treden
wijzouden treden
julliezouden treden
zijzouden treden

Practica treden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

treden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Pasado

    De directeur gisteren ineens naar voren en pakte de microfoon.

  2. Pretérito perfecto

    Hij per ongeluk in een plas .

  3. Oración subordinada

    De gasten worden stil, omdat de burgemeester naar het podium .

  4. Pasado

    Wij voorzichtig naar buiten, omdat het ijs glad was.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: treden, trad, getreden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij treedt, pero treed jij?
  • Perfecto con zijn: ik ben getreden, no ik heb getreden.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de treden?

trad (ik, jij, hij/zij/het) y traden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de treden?

getreden, con zijn: ik ben getreden.

¿El verbo treden va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben getreden, hij is getreden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.